Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 11.

Aflossingsregels

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Rijssen-Holten 2024

1.. De maandelijkse aflossing voor (eerder in de vorm van een geldlening verstrekte) bijstand wordt vastgesteld op het verschil tussen het netto inkomen en 95% van de van toepassing zijnde norm op grond van de Participatiewet, tenzij de voor betrokkene geldende beslagvrije voet hoger is dan laatstgenoemde 95% van de van toepassing zijnde norm. In dat geval wordt de aflossingsruimte vastgesteld op het verschil tussen het netto inkomen en de voor betrokkene geldende beslagvrije voet. 2.. Met ‘netto inkomen’ zoals bedoeld in het eerste lid wordt het netto inkomen inclusief vakantiegeld bedoeld. 3.. Indien de hoogte van het vakantiegeld, horend bij het netto inkomen niet bekend is en handmatig berekend moet worden, dient de hoogte van het vakantiegeld berekend te worden overeenkomstig de wijze zoals beschreven in artikel 10 Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ. 4.. Indien gedurende drie jaar volledig en onafgebroken aan de aflossingsverplichting in verband met een geldlening, betrekking hebbend op kosten voor de woninginrichting als bedoeld in artikel 5 van deze beleidsregels, is voldaan, wordt het resterend bedrag van de geldlening kwijtgescholden. 5.. Indien na drie jaar niet volledig aan de aflossingsverplichting is voldaan en dit verwijtbaar is, dan wordt de resterende lening ineens opgeëist en, bij uitblijven van betaling, teruggevorderd.

Rechtspraak bij dit artikel