Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4

Artikel 2.4.1.

Bijdrage aan bodemgevoelige locaties.

Onderdeel van Vrijwillig programma asbestsanering 2.0 gemeente Borne 2024

Binnen het Vrijwillig Programma ligt de nadruk van de programmering op het benodigde onderzoek en indien nodig de saneringen van risicovolle asbestbodemlocaties. Risicovolle asbestbodemlocaties zijn locaties in woongebieden, de openbare ruimte of waar recreatieve activiteiten plaatsvinden en waar veel mensen en kinderen kunnen komen en/of kunnen verblijven gedurende langere tijd (>2 uur) en waar sprake is van een asbestverontreiniging van 100 mg/kg droge stof (gewogen) of meer. Het gaat daarbij o.a. om volkstuinen, speeltuinen/intensief gebruikt openbaar groen/trapveldjes, schoolterreinen, verenigingen/scouting, sportvelden, ligvelden bij zwembaden, Kinderdagverblijven/buitenschoolse omvang, kinderboerderijen, recreatieterreinen, cross- terreintjes etc. Bij Risicovolle Asbestbodemlocaties in de openbare ruimte is van staatssteun in de meeste situaties geen sprake. Van waardevermeerdering is bij uitvoering van een sanering in de meeste situaties geen of nauwelijks sprake, omdat het geen locaties zijn die deel uit maken van het normale vrije handelsverkeer. Wanneer er geen sprake is van een waardevermeerdering ligt het voor de hand dat het Projectbureau BAS 100% van de saneringskosten draagt. Bij Risicovolle Asbestbodemlocaties waar recreatieve activiteiten plaatsvinden als bijvoorbeeld camping, manege, zorgboerderij, is het risico op staatssteun klein. Veel van deze activiteiten zijn lokaal van aard; alleen om die reden zal niet snel sprake zijn van staatssteun. Van waardevermeerdering is bij uitvoering van een sanering in de meeste situaties sprake. Deze wordt gelijk gesteld aan de herinrichtingskosten. Het projectbureau BAS draagt 100% van de saneringskosten. Voor een bijdrage aan de sanering van Risicovolle Asbestbodemlocaties waar het mogelijke contact met asbest in de bodem plaats vindt rond om huis wordt onderscheid gemaakt in: Locaties in eigendom bij een bewoner. Het gaat hierbij veelal om aan de sanering van tuinen. Hiervoor geldt: Kostenverhaal vindt bij een eigenaar-bewoner onder voorwaarden niet plaats en wordt er geen zorgplicht gehandhaafd. Per definitie is er geen sprake van staatssteun. Opgemerkt wordt dat de tuinen van bedrijfswoningen en boerderijen ook tot de particuliere tuinen worden gerekend; Locaties in eigendom bij woningcorporaties. Ook hier gaat het veelal om de sanering van tuinen. De locaties worden door de woningcorporaties verhuurd. Op deze woningcorporaties is kostenverhaal mogelijk. Het zijn professionele partijen (mogelijk niet-onschuldig eigenaar), er is mogelijk sprake van waardevermeerdering van het terrein door de uitvoering van de sanering en er is een eigenaarsbelang bij de uitvoering. Er kan geen sprake zijn van staatssteun, wanneer er sprake is van sociale woningbouw. De voorwaarde die vanuit het programma aan de uitvoering van de sanering wordt gesteld is dat de waardevermeerdering wordt geïnvesteerd in herinrichting. Voorgaand betekent dat: de particuliere tuineigenaar niet hoeft bij te dragen in de saneringskosten; de terreineigenaar de herinrichtingskosten voor zijn/haar rekening neemt.

Rechtspraak bij dit artikel