Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren

In deze verordening wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders; de wet: de Wet investeren in jongeren (WIJ); gehuwdennorm: de norm als bedoeld in artikel 28, eerste lid onderdeel d van de wet; toeslag: het verhogen van het normbedrag voor alleenstaanden en alleenstaande ouders van 21 tot 27 jaar tot een maximaal bedrag, als bedoeld omschreven in artikel 30 van de wet; verlagen: het verlagen van het normbedrag voor gehuwden als bedoeld in artikel 31 van de wet; woning: een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen of woonschip, als bedoeld in artikel 3, zesde lid van de Wet werk en bijstand; woonkosten: 1e. Indien een woning wordt bewoond, de per maand geldende huurprijs, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag2e. Indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud; woonlasten: hetgeen in geld verschuldigd is voor het (mede) gebruik van voorzieningen, aanwezig in de woonruimte, waarin feitelijk verblijf wordt gehouden;zorgbehoevende: een belanghebbende die, als niet te samen met een ander de woning zou zijn bewoond, op basis van een indicatiestelling zou zijn aangewezen op beroepsmatige hulp zoals verzorging in een instelling die zich blijkens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden richt op het bieden van verpleging of verzorging aan aldaar verblijvende hulpbehoevenden. Onder beroepsmatige hulp wordt ook begrepen een situatie waarin thuiszorg het alternatief is voor ambulante zorg of dagverpleging in een zorg-/ verpleeginstelling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel