Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 5

Verlaging normbedrag gehuwden

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren

1. Het normbedrag voor gehuwden waarvan beide echtgenoten 21 tot en met 26 jaar zijn wordt, behoudens het bepaalde in de artikelen 6 tot en met 9 van deze verordening verlaagd met 5 % in de hierna onder a en b genoemde gevallen indien zij:: hoofdbewoners zijn van de woning, zij in die woning hoofdverblijf geven aan uitsluitend één of meer onderhuurders of medebewoners op commerciële basis die geen bloedverwant zijn in de eerste graad van de hoofdbewoner of dienst partner, en zij voor die woning woonkosten of woonlasten verschuldigd zijn en hoofdbewoners zijn van de woning, zij in die woning hoofdverblijf hebben met uitsluitend één of meer bloedverwanten in de eerste graad van wie ten minste één bloedverwant een inkomen heeft van 50 % of meer van het netto minimumloon, en hij voor die woning woonkosten of woonlasten verschuldigd is. 2. Het normbedrag voor gehuwden waarvan beide echtgenoten 21 tot en met 26 jaar zijn, wordt, behoudens het bepaalde in artikelen 6 tot en met 9 van deze verordening, verlaagd met 10 % in de hierna onder a tot en met c genoemde gevallen indien zij:: alleen een woning bewonen en zij voor die woning uitsluitend woonlasten verschuldigd zijn; hoofdbewoners zijn van de woning, zij in die woning hoofdverblijf hebben met uitsluitend één of meer bloedverwanten in de eerste graad met (elk) een inkomen tot 50 % van het netto minimumloon en zijn voor die woning uitsluitend woonlasten verschuldigd zijn en als hoofdbewoners hoofdverblijf hebben in de woning met één of meer bloedverwanten in de eerste graad met (elk) een inkomen heeft van 50 % of meer van het netto minimumloon, en met een of meer onderhuurders of medebewoners op commerciële basis. 3. Het normbedrag voor gehuwden waarvan beide echtgenoten 21 tot en met 26 jaar zijn wordt, behoudens het bepaalde in de artikelen 6 tot en met 9 van deze verordening, verlaagd met 15 % als zij samen met een bloedverwant in de eerste graad hun hoofdverblijf hebben in de woning van die bloedverwant. 4. Het normbedrag voor gehuwden, waarvan beide echtgenoten 21 tot en met 26 jaar zijn, wordt, behoudens het bepaalde in de artikelen 6 tot en met 9 van deze verordening, verlaagd met 20 % in de hierna onder a en b genoemde gevallen indien zij:: geen woning aanhouden of geen woonkosten en geen woonlasten verschuldigd zijn en in hun woning hoofdverblijf hebben met een onderhuurder of medebewoner, niet zijnde een bloedverwant in de eerste graad, op niet commerciële basis

Rechtspraak bij dit artikel