**1.** Een alleenstaande ouder van 21 tot en met 26 jaar heeft, onverminderd het bepaalde in de artikelen 6 tot en met 9 van deze verordening, recht op een toeslag van 20 % in de hierna onder a tot en met c genoemde gevallen als hij:
alleen een woning bewoont en hij voor die woning woonkosten verschuldigd is;
onderhuurder of medebewoner is op commerciële basis en hij niet is een bloedverwant in de eerste graad van de hoofdbewoner;
als hoofdbewoner hoofdverblijf heeft in de woning, met uitsluitend één of meer bloedverwanten in de eerste graad met (elk) een inkomen tot 50 % van het netto minimumloon, en hij voor die woning woonkosten verschuldigd is.
**2.** Een alleenstaande ouder van 21 tot en met 26 jaar heeft, onverminderd het bepaalde in de artikelen 6 tot en met 9 van deze verordening, recht op een toeslag van 15 % in de hierna onder a en b genoemde gevallen als hij:
hoofdbewoner is van de woning, hij in die woning op commerciële basis hoofdverblijf geeft aan uitsluitend één of meer onderhuurders of medebewoners, die geen bloedverwant zijn in de eerste graad van de hoofdbewoner, en hij voor die woning woonkosten of woonlasten verschuldigd is en
hoofdbewoner is van de woning, hij in die woning hoofdverblijf heeft met uitsluitend één of meer bloedverwanten in de eerste graad van wie ten minste één bloedverwant een inkomen heeft van 50 % of meer van het netto minimumloon, en hij voor die woning woonkosten of woonlasten verschuldigd is.
**3.** Een alleenstaande ouder van 21 tot en met 26 jaar heeft, onverminderd het bepaalde in de artikelen 6 tot en met 9 van deze verordening, recht op een toeslag van 10 % in de hierna onder a tot en met c genoemde gevallen als hij:
alleen een woning bewoont en hij voor die woning uitsluitend woonlasten verschuldigd is;
hoofdbewoner is van de woning, hij in die woning hoofdverblijf heeft met uitsluitend één of meer bloedverwanten in de eerste graad met (elk) een inkomen tot 50 % van het netto minimumloon, en hij voor die woning uitsluitend woonlasten verschuldigd is en
als hoofdbewoner hoofdverblijf heeft in de woning met een of meer bloedverwanten in de eerste graad met (elk) een inkomen van 50 % of meer van het minimumloon en met één of meer onderhuurders of medebewoners op commerciële basis.
Hoofdstuk 1
Artikel 4
Toeslag voor een alleenstaande ouder
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren