In de gemeente Vijfheerenlanden geldt voor de diverse gebiedsdelen een variatie in de kans op het aantreffen van archeologische resten en in vondst - en spoordichtheid. In de historische steden Ameide, Vianen en Leerdam (maar ook bij historische dorpskernen, oude woongronden, AMK-terreinen, bekende vindplaatsen e.d.) geldt dat reeds bekend is dat in de ondergrond archeologische resten aanwezig zijn. Bij gebieden die in de late middeleeuwen en nieuwe tijd relatief dichtbevolkt waren, waarvan de historische steden goede voorbeelden zijn, is sprake van een grote dichtheid aan sporen (funderingsresten, beer - en waterputten e.d.) en is eveneens een grote hoeveelheid vondsten te verwachten. Hoewel hier sprake is van relatief kleine huisplaatsen, veelal slechts enkele honderden vierkante meters in omvang, vormen aaneensluitende huisplaatsen in een historisch dorp of stad een groot gebied waar archeologische resten in de grond zitten. Als men echter kijkt naar de komgebieden in het buitengebied, dan geldt een veel lagere dichtheid aan archeologische vindplaatsen omdat deze komgebieden lange tijd te nat waren voor (semi)permanente bewoning. In deze gebieden kunnen met name vindplaatsen worden verwacht die gerelateerd zijn aan de vindplaatscategorieën infrastructuur en economie. Naast dat de dichtheid aan archeologische vindplaatsen laag is, zal ook de omvang van dergelijke vindplaatsen relatief beperkt zijn (<2000 m2). De kans dat een vindplaats bij ingrepen in een dergelijke verwachtingszone wordt verstoord is dan ook aanzienlijk kleiner dan in de historische stad. In dit kader is het gerechtvaardigd om aan de archeologische waardevolle gebieden een andere vrijstellingsgrens toe te kennen dan aan de verwachtingsgebieden.
Bij de huidige actualisatie is bij de bepaling van de vrijstellingsgrenzen een duidelijk onderscheid gemaakt in de archeologische waardevolle gebieden en archeologische verwachtingsgebieden. Bij de eerste categorie is reeds vastgesteld (op basis van bijvoorbeeld eerder verricht onderzoek, waarnemingen van amateurarcheologen of analyse van historische kaarten) dat archeologische resten in de ondergrond aanwezig zijn. Aangezien het uitgangspunt in Nederland is dat archeologische resten in situ in de bodem behouden dienen te worden, kan voor deze zones een vrijstellingsoppervlak worden gehanteerd die gelijk is aan of strenger is dan eerdergenoemde 100 m2. Voor de archeologische verwachtingsgebieden is de aanwezigheid van archeologische resten op een locatie niet vastgesteld, maar geldt op basis van het verwachtingsmodel een verwachting voor één of meerdere perioden en voor één of meerdere vindplaatscategorieën. Een verwachting geldt voor een zone met een bepaalde opbouw van de ondergrond en aan deze gehele zone kan een vrijstellingsgrens worden toegekend. Aangezien hier sprake is van een verwachtingsgebied zal deze grens in de regel hoger liggen dan 100 m2.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4
De situatie voor Vijfheerenlanden
Onderdeel van Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden