Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Achtergrond van het thema en beschrijving wat er in gemeente al is onderzocht m.b.t. het thema

Onderdeel van Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden

Uitgevoerd onderzoek Voor Vijfheerenlanden is vrij veel bekend over de ligging van de diverse stroomgordels en crevasses in de ondergrond, evenals de grotere (dagzomende) donken. De ligging van deze landschappelijke elementen is voornamelijk bepaald aan de hand van grootschalig booronderzoek dat door studenten (en staf) van de Universiteit Utrecht is uitgevoerd. Zo zijn op het grondgebied van Vijfheerenlanden in de periode tussen 1977 en 2013 in totaal 4378 boringen uitgevoerd. Op basis van de boorgegevens is de stroomgordelkaart van Berendsen & Stouthamer (2001) vervaardigd, later geactualiseerd door Cohen & Stouthamer (2012). Hierbij moet wel worden opgemerkt dat de boringen vooral zijn uitgevoerd in de gebieden waar stroomgordels aanwezig zijn. In veel van de uitgestrekte komgebieden ontbreken boorgegevens en kunnen nog verborgen elementen als crevasses, maar ook onontdekte rivierduinen aanwezig zijn. Zo is enkele jaren geleden bij een archeologisch booronderzoek, dat werd uitgevoerd in het kader van een aan te leggen baggerdepot noordwestelijk van Schoonrewoerd, een ‘nieuw’ rivierduin ontdekt.31Hebinck, 2019 De verplichting tot archeologisch onderzoek voorafgaand aan (al dan niet grootschalige) bodemingrepen is sinds medio 2008 verankerd in de wetgeving. Omdat het archeologische onderzoekstraject meestal wordt ingezet met een (verkennend) booronderzoek als eerste stap in het veldonderzoek, is een aanzienlijke hoeveelheid boringen uitgevoerd waar informatie uit geput kan worden. Zo zijn in het kader van de verbreding van de rijksweg A27 al 320 verkennende boringen binnen de gemeente Vijfheerenlanden uitgevoerd.32Coppens & Goossens, 2019; Coppens, 2019 Dit onderzoek heeft veel nieuwe gegevens over de ondergrond opgeleverd. Ook booronderzoek dat is uitgevoerd bij woningbouwprojecten heeft lokaal veel informatie over de opbouw van de ondergrond opgeleverd en daarmee over de archeologische verwachting en diepteligging van het archeologisch relevante niveau , zoals planlocatie Broekgraaf aan de westzijde van Leerdam met een oppervlakte van 60 hectare.33Bergman & Kalisvaart, 2010 Andere voorbeelden van booronderzoek in grote plangebieden betreffen Golfbaan De Kroonprins (Jansen, 2006), dijkverbetering Diefdijklinie (Fijma, 2010), peilgebied Middelbroek (Van Breda, 2014) en Inrichting Zuidelijke Lekuiterwaarden (Oude Rengerink, 2000). De relatie tussen de paleogeografie en bewoning in het gebied is vooral bij gravende onderzoeken uitgebreid onderzocht. Een belangrijke onderzoekslocatie was een gebied langs de rijksweg A2 waar in de periode tussen 2002 en 2007 meerdere opgravingen zijn uitgevoerd door Archol.34Arnoldussen, 2002; Knippenberg & Jongste, 2005; Knippenberg & Van den Bos, 2009 Andere opgravingen/begeleidingen hebben vooral betrekking op historische dorpskernen en woonheuvels langs de diverse ontginningsassen (zie verder onder thema dorpsvorming en (laat-)middeleeuwse ontginningen) en hebben geen of minder gegevens opgeleverd over de natuurlijke ondergrond. Paleogeografie en landschapsgenese Het oudste landschap dat in feite nog ‘intact’ in de bodem voor kan komen is het pleistocene rivierenlandschap, waarvan de (grof)zandige afzettingen in de gemeente Vijfheerenlanden op circa 2 m tot 12 m –NAP liggen. Onderdeel van dit pleistocene landschap zijn rivierduinen waarvan een aantal aanwezig is in de (ondiepe) ondergrond van de gemeente en waarvan enkele rivierduinen dagzomen (donken). Ook in het Holoceen werd het landschap door rivieren gevormd. Uit de inventarisatie van de holocene riviersystemen blijkt dat de gemeente Vijfheerenlanden maar liefst 22 verschillende stroomgordels kent. Gezien deze hoeveelheid is de landschappelijke genese complex te noemen en kan gesproken worden van een ‘stroomgordelknooppunt’. Vroege prehistorie Er is in de gemeente Vijfheerenlanden weinig bekend over de periode van het Paleolithicum tot en met het Midden-Neolithicum (tot 2850 v.Chr.). Voor het Paleolithicum en Mesolithicum heeft dit te maken met de grote diepte waarop het toenmalige maaiveld, het pleistocene rivierenlandschap, nu ligt. De top van dit landschap ligt tussen de 2 m -NAP of ca. 4 m -mv (ter hoogte van Everdingen) tot meer dan 10 m –NAP of ca. 9 m -mv in het westen van de gemeente, maar zal grotendeels nog goed intact zijn. In het Mesolithicum en Neolithicum boden de oeverwallen van de rivieren, die aan het begin van het Holoceen in het rivierengebied begonnen te stromen, alsmede nog niet verdronken rivierduinen, een aantrekkelijke bewoningsplaats. Onbekend is echter of de in de gemeente gelegen oeverwallen daadwerkelijk werden bewoond in het Mesolithicum en Neolithicum. In Archis, een database waarin archeologische vondsten en onderzoeken worden geregistreerd, lijken verschillende waarnemingen een datering in deze periode te hebben, maar bij nadere beschouwing blijken dit vondsten met een onbekende datering (d.w.z. Paleolithicum-Nieuwe tijd) te zijn of het betreffen vondsten uit het Laat-Neolithicum. Op de Schoonrewoerdse donk in polder Hoogeind is in de jaren 1960 bij kleinschalig onderzoek Vlaardingen-aardewerk gevonden (midden neolithicum B tot laat neolithicum A en is een vuurstenen trapezium (bewerkt vuursteenfragment uit het midden mesolithicum tot vroeg neolithicum B), evenals resten uit bronstijd en ijzertijd. Tevens zijn bij een opgraving nabij Zijderveld resten uit het Midden-Neolithicum vastgesteld. Het betreffen een kuiltje en enkele losse vondsten in de directe omgeving van een nederzetting uit de Bronstijd. Op een recent ontdekt rivierduin in het weilanddepot ten zuiden van Overboeicop zijn vondsten uit Mesolithicum en het Neolithicum aangetroffen. Late prehistorie De late prehistorie loopt van het Laat-Neolithicum tot en met de IJzertijd (ca. 2850 – 15 voor Chr.). Duidelijke aanwijzingen voor bewoning van het gemeentelijk grondgebied in het Laat Neolithicum en de Vroege Bronstijd zijn er nauwelijks. Weliswaar zijn op de Autenase donk en bij Zijderveld mogelijke resten uit deze perioden aangetroffen, maar een duidelijk beeld geeft dit niet. Bij Zijderveld zijn bij verschillende opgravingscampagnes nederzettingsporen uit de Midden-Bronstijd tot en met de Late IJzertijd aangetroffen op de Zijderveldse stroomgordel in het zuidoosten van de gemeente. Zijderveld neemt sinds eind jaren 1960 en begin jaren 1970 een belangrijke plaats in in de Nederlandse Archeologie (Knippenberg & Van den Bos, 2009). De complete huisplattegronden, resten van hekwerken en spiekers, greppels en de vele vondsten hebben een grote bijdrage geleverd aan de kennis over de Midden-Bronstijd in het rivierengebied (Arnoldussen, 2008). Ook elders in de gemeente zijn op afzettingen van de Zijderveld-, Schaik- en Schoonrewoerd-stroomgordels resten uit de (Midden) Bronstijd aangetroffen. Duidelijke aanwijzingen voor bewoning in de IJzertijd zijn bij Zijderveld (mogelijke continuïteit tot de Late IJzertijd), in de polder Overboeicop35Louwe Kooijmans 1974: nr. 82; proefputten door AWN in 1965 (AMK-terrein 6764)., ten noorden van de Leerbroekseweg36Louwe Kooijmans 1974: nr. 91 (p. 371): oude woongrond met resten uit vroege ijzertijd en Romeinse tijd (AMK-terrein 6904). (tussen Leerbroek en Meerkerk) en bij de Lange Dreef aangetroffen. Bij de laatste zijn bij een proefsleuvenonderzoek in 2008 (Schamp & Tol, 2008) een groot aantal sporen uit de IJzertijd aangetroffen, maar hieruit waren (nog) geen huisplattegronden te reconstrueren. Romeinse tijd In de gemeente is van enkele locaties bekend dat sprake was van bewoning in de Romeinse tijd. Het betreft een locatie tussen Kortgerecht en de Diefdijk waar bij de bodemkartering in de jaren 1950 een oude woongrond is aangetroffen met archeologische indicatoren uit de IJzertijd en de Romeinse tijd (AMK-nr. 6770; ARCHIS zaakidentificatienr. 2841872100). Ten westen van Leerbroek is ook een dergelijke oude woongrond gevonden (AMK-nr. 6904; ARCHIS zaakidentificatienrs. 2835676100, 3107040100). Ook langs de Lingedijk tussen Oosterwijk en Kedichem zijn op enkele percelen aardewerkscherven uit de Romeinse tijd gevonden en rond de stuw bij Hagestein lijkt ook een cluster vondstlocaties uit deze periode aanwezig. In de polder Bloemendaal tussen lange Waaijsteeg en Merwedekanaal zijn enkele oppervlaktevondsten gedaan die vermoedelijk uit de Romeinse tijd dateren (ARCHIS zaakidentificatienrs. 3038597100, 3038597100, 2960001100). Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd In de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd werd men voor bewoning minder afhankelijk van het natuurlijke landschap en vonden steeds meer ingrepen in het natuurlijke landschap plaats (ontginning, aanleg van dijken, allerlei maatregelen tot waterbeheersing) om het geschikt te maken voor het beoogde gebruik (bewoning of andere zaken).

Rechtspraak bij dit artikel