Paleogeografie en landschapsgenese
In de NOaA is een hoofdstuk gewijd aan de paleogeografie en landschapsgenese (Deeben, Hallewas & Van Zijverden, 2005). Hieruit blijkt dat ondanks het vele onderzoek dat in het rivierengebied is uitgevoerd er toch nog een groot aantal kennislacunes zijn. In de gemeente Vijfheerenlanden heeft dit met name betrekking op de dieper gelegen stroomgordels. Onderzoek op het grondgebied van de gemeente Vijfheerenlanden kan een wezenlijke bijdrage leveren aan bijvoorbeeld vragen over rivierduinen en uiterwaarden, maar ook over bewoning op de (dieper gelegen) stroomgordels en crevasses.
Vroege prehistorie
Duidelijk is dat de vroege prehistorie, net als in veel andere delen van Nederland, een kennislacune is in de gemeente Vijfheerenlanden. Het accent zal bij archeologisch onderzoek naar de vroege prehistorie in eerste instantie vooral liggen op het vergaren van kennis over het pleistocene landschap en de eerste stroomgordels en vervolgens op het inventariseren van de ligging en omvang van eventuele vindplaatsen. Daarom richten de onderzoeksvragen zich vooral op het landschap en zijn deze overwegend inventariserend van aard.
Late prehistorie
Het is duidelijk dat er over de Bronstijd in de gemeente Vijfheerenlanden veel bekend is. Heel anders is dat voor het Laat-Neolithicum en de IJzertijd, maar dit geldt voor het gehele Utrechts-Gelderse rivierengebied. De Late IJzertijd vormt daarop weer een uitzondering, omdat veel in het rivierengebied aangetroffen inheems-Romeinse nederzettingen vaak een oudere fase bevatten (Gerritsen e.a., 2005).
Romeinse tijd
Het huidige grondgebied van de gemeente Vijfheerenlanden heeft deel uitgemaakt van het agrarische achterland van de Limes, de Romeinse grenszone. In het achterland werd de leefwijze uit de IJzertijd gehandhaafd, maar met zichtbare Romeinse invloeden. Althans dat is het beeld dat dankzij onderzoek in nabije gebieden, zoals het Kromme Rijngebied, tot stand is gekomen. In de gemeente is van enkele locaties bekend dat sprake was van bewoning in de Romeinse tijd. Romeinse vindplaatsen zijn in de gemeente erg schaars, waardoor de gehele Romeinse tijd voor de gemeente een kennislacune is.
Middeleeuwen en nieuwe tijd
Bewoning in de Vroege Middeleeuwen (ca. 450 tot 1050) concentreerde zich nog steeds op de stroomruggen, maar over deze periode in de gemeente is, zoals in bijna geheel Nederland weinig bekend. Wel zijn er enkele vindplaatsen, alle in de buurt van Helsdingen, waar (mogelijk) vroegmiddeleeuwse vondsten zijn aangetroffen. Andere vroegmiddeleeuwse vondstmeldingen in ARCHIS hebben veelal een einddatering in de Late Middeleeuwen).
In de Volle en Late Middeleeuwen (ca. 1050 tot 1500) begon men ook buiten de stroomruggen te wonen en het land te bewerken, omdat men de veengebieden ging ontginnen door grootschalige systematische ontginningen (Fafianie & Stades-Vischer, 2010). De woonheuvels langs de ontginningsassen dateren uit de 12e, 13e en begin 14e eeuw. De aanleg van de dijken in deze periode zorgde voor ‘vastlegging’ van het rivierenlandschap. Het (grond)waterpeil kon worden beheerd. Hierdoor was men voor bewoning veel minder afhankelijk van de mogelijkheden die het natuurlijke landschap bood voor bewoning.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.5
Kennislacunes en te behalen kenniswinst
Onderdeel van Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden