Niet voor iedereen is het vanzelfsprekend om mee te kunnen doen op de speelplekken. Veel speelplekken zijn niet aangepast voor kinderen met een beperking. Inclusieve speelruimte gaat verder dan het plaatsen van een mandschommel en het rolstoelvriendelijk maken van de ingang. Inclusief spelen betekent dat kinderen met en zonder handicap echt samen spelen. Daarnaast is spelen met de zintuigen (sensorisch spelen) belangrijk in de ontwikkeling. Voelen, horen, kleuren of beweging zien zijn belangrijke speelaanleidingen. Op het gebied van inclusiviteit zetten we vooral in op de grote speelplekken. Deze plekken zijn dé plekken waar de bewoners samenkomen om samen te spelen en elkaar te ontmoeten. Op deze plekken wordt de 100-70-50-regel gehanteerd van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Op deze grote speelplekken is iedereen 100% welkom, is 70% van de ruimte toegankelijk voor iedereen en is 50% van de voorzieningen bespeelbaar voor ieder kind. Zie ook inspiratieblad Inclusie en de nota van de VNG Aan de slag met samenspelen. Zie ook bijlage I inspiratieblad “inclusie”.
Verder is op kleine plekken ook ruimte voor een inclusieve aanpak. Indien in de nabije omgeving van een kleine plek een kind met een beperking woonachtig is, gaan we samen op zoek naar maatwerk. Denk aan een voorziening voor een kind dat blind is en daardoor op deze plek kan en mag buitenspelen met de buurtkinderen.