De netbeheerder zorgt ervoor dat een afschrift van de vergunning of het instemmingsbesluit incl. de tekening(en), aanvullende afspraken, de nadere regels, en de afschriften van de toestemmingen van derden incl. de voorwaarden en de gegevens van de KLIC-melding op de graaflocatie aanwezig zijn. Een kopie daarvan kan op verzoek overhandigd of getoond worden aan de toezichthouder.
De netbeheerder houdt zich aan de meest recente CROW-richtlijnen (o.a. CROW publicatie 500 ‘Schade voorkomen aan kabels’, CROW publicatie 335 ‘Werken met stabiele grond’ en CROW publicatie 96B ‘Veilig werken langs de weg’), de meest recente Standaard RAW bepalingen (voor grondwerken, groenvoorzieningen, sleuf- en sleufloze technieken en leiding- en kabelwerk), NEN-normen, de Verordening ondergrond: kabels, leidingen en boomwortels gemeente Utrecht en de WIBON-bepalingen, inclusief eventuele recente aanvullingen. Netbeheerder dient zelf te inventariseren welke meldingen, instemmingen en/of vergunningen er van overige beheerders van openbare ruimte (zoals ProRail, HDSR, Provincie, Rijkswaterstaat, Gasunie etc.) nodig zijn voor het betreffende werk en deze separaat en tijdig aan te vragen.
Indien er gelijktijdig met, of een periode van maximaal 24 maanden na, de uitvoering van de werkzaamheden, in het tracé, of de directe nabijheid van het tracé werkzaamheden van een of meer andere netbeheerders zullen worden uitgevoerd, worden deze werkzaamheden indien mogelijk zoveel mogelijk gecombineerd, of aansluitend aan elkaar in een werkgang, uitgevoerd. De netbeheerder(s) moet(en) dit als zodanig onderling of met de betreffende netbeheerder(s) afstemmen (combiwerk). Zie voorts artikel 3.4 ‘Coördinatie periode uitvoering werkzaamheden en graafrust’.
De netbeheerder biedt overige netbeheerders altijd de mogelijkheid om eventuele werkzaamheden aan hun kabels of leidingen onbelemmerd uit te voeren.
De locatie van het opslagterrein van de netbeheerder wordt in overleg met de toezichthouder bepaald. De netbeheerder vraagt hiervoor een vergunning aan. Eventuele aanvullende afspraken over de inrichting en oplevering van het opslagterrein worden in de vergunning of het instemmingsbesluit vastgelegd.
Per dag mag geen grotere sleuflengte worden opengemaakt, dan op die dag weer volledig kan worden dichtgemaakt. Ook worden alle montagegaten c.q. lasgaten dichtgemaakt, tenzij de toezichthouder hiermee instemt.
Indien herstel van de verhardingen niet dezelfde dag is gerealiseerd is of niet veilig begaanbaar is, laat de toezichthouder namens het college het herstel verrichten.
Tijdens het werk worden (bestratings-)materialen naast de sleuf opgeslagen. Zand, grond en eventueel funderingsmateriaal wordt gescheiden ontgraven, gescheiden opgeslagen en gescheiden teruggebracht in de sleuf, tenzij de toezichthouder hiermee instemt.
Als er direct naast de sleuf geen ruimte is wordt het tijdelijke opslagterrein van (bestratings-) materialen vooraf in overleg met de toezichthouder bepaald. Na beëindiging van het werk of op eerste aanzegging van de toezichthouder worden deze (bestratings-) materialen verwijderd. De openbare grond hersteld in de staat zoals vooraf aanwezig was.
Alle aanwezige onbeschadigde (bestratings-)materialen moeten onbeschadigd herplaatst worden. Bij beschadigingen veroorzaakt door de grondroerder moet de grondroerder zelf zorgen voor herstel en/of vervangend (bestratings-) materiaal. Uitzondering hierop zijn situaties waarbij tijdens gezamenlijke vooropname van het tracé met de toezichthouder nadere afspraken zijn gemaakt over het vervangen van beschadigd materiaal c.q. (afwijkende) afspraken over het terugplaatsen van (on)beschadigd (bestratings-)materiaal.
Al het te gebruiken (bestratings-)materiaal is van dezelfde soort, dezelfde kleurstelling, en (minimaal) dezelfde kwaliteit als het oorspronkelijk aanwezige (bestratings-)materiaal.
Nadat de werkzaamheden gereed zijn wordt het tracé volledig hersteld en de werkomgeving opgeruimd achtergelaten. Groenvoorzieningen en onverharde grond zijn vrij van stenen en dergelijke, teelaarde / compost aangebracht en indien van toepassing ingezaaid. Al het overtollige puin, grond, zand, beplantingsresten, bouwstoffen of afval van de werkzaamheden wordt afgevoerd naar een erkende, gecertificeerde verwerker. Er mag ook geen zand of vuil achterblijven in (mol)goten, lijnafwatering, beplanting en straat- en trottoirkolken (indien nodig dient de netbeheerder deze te reinigen). Eventueel gemaakte bronneringsgaten worden weer opgevuld met zwelklei. De werkomgeving wordt opgeleverd in tenminste de oorspronkelijke staat. De netbeheerder en toezichthouder nemen het tracé gezamenlijk op. Het opnamedocument wordt door beide partijen ondertekend.
De toezichthouder meldt aan netbeheerder wanneer straatwerk gevaar oplevert voor de omgeving. De netbeheerder herstelt dit na deze melding, binnen de gewenste tijdsduur (normaliter 2 uur), doch uiterlijk einde dag. Indien dit wordt nagelaten wordt dit via de toezichthouder namens het college gedaan.
In de binnenstad (inclusief het stationsgebied) (Bijlage 3), aan het hoofdwegennet (Bijlage 4), of in of nabij een winkelgebied (Bijlage 3) wordt de werkomgeving, na beëindiging van elke kalenderdag, afgesloten met een afrastering (betreft hekwerk i.o.m. toezichthouder te bepalen). Alle materialen en hulpmiddelen worden of binnen deze afrastering geplaatst of worden afgevoerd.
Het is alleen toegestaan om KLIC-gegevens in het veld aan te geven met wateroplosbare verf of krijt. Spuitbussen of andere methoden waarbij er verfresten achterblijven op de bestrating zijn niet toegestaan.
Alle voorwerpen van historische of wetenschappelijke waarde, die bij de uitvoering van het werk in gemeente-eigendommen, of openbare grond in beheer bij de gemeente, worden gevonden, dienen te worden overgedragen aan de gemeente. Deze zal dan de procedure van de Monumentenwet (indien van toepassing) en de procedure van het Burgerlijk Wetboek volgen.
De netbeheerder dient als opdrachtgever toezicht te houden op de uitvoering van de werkzaamheden van zijn (onder)aannemer en controleert hierbij of is voldaan aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in de meest recente Standaard RAW bepalingen.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.1
Werkafspraken en voorwaarden met betrekking tot de uitvoering
Onderdeel van Nadere regel kabels en leidingen gemeente Utrecht (Handboek kabels en leidingen)