Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.7

Eisen voor het in behandeling nemen van een vergunning- of instemmingsaanvraag

Onderdeel van Nadere regel kabels en leidingen gemeente Utrecht (Handboek kabels en leidingen)

• Tekening(en) van de werkomgeving met het tracé, met daarop: tekeningen dienen alle hetzelfde formaat te hebben (A0) en minimale schaal (1:250); wijknummer (waar gestart wordt is leidend); omschrijving (eventueel op kaart) van kabel- of leidingplan met hierop met graafwijze, graaflocaties, diameters, toegepaste materialen, bochtstralen (horizontaal en verticaal) etc. Tevens dient aangegeven te worden hoe schade wordt voorkomen (maatregelenplan) aan (bestaande) ondergrondse infrastructuur en groenvoorzieningen; kaartlaag met alle bomen samen met de kwetsbare boomzones die op of langs de werkomgeving staan; indien van toepassing, kaartlaag met groene tracés Leidsche Rijn en andere uitbreidingsplannen; indien aan te leggen kabels of leidingen >0,8 m diepte beneden maaiveld. Dan details van bestaande openbare riolering (diepteligging, diameters etc.) opvragen bij het Online loket van de gemeente Utrecht: Online loket | Gemeente Utrecht en opnemen in tekening; alle richtlijnen m.b.t. dieptes, afstanden tot bestaande infrastructuur en groenvoorzieningen, geldende dwarsprofiel etc. • bij afsluiting van weg(deel): een verkeersplan. Indien een BLVC-(light) plan wordt ingediend, dient het verkeersplan alsnog separaat te worden ingediend; • bij werkzaamheden in de binnenstad (inclusief het stationsgebied) (Bijlage 3), aan het hoofdwegennet (Bijlage 4), of in of nabij een winkelgebied (Bijlage 3): een BLVC-plan of BLVC- light plan; • indien van toepassing: een ‘Werkplan bomen – kabels en leidingen’ conform gemaakte afspraken tijdens voorschouw; • indien van toepassing bij werkzaamheden in het wervengebied of boven werf-, straat- en kluiskelders: een werkplan ‘Graafwerkzaamheden boven werfkelders’; • Indien eventuele beïnvloedingsberekeningen (zoals NEN 3654, NEN7171) zijn benodigd, kan hiervan een kopie worden gevraagd door de vergunning- of instemmingverlener; • Indien een omgevingsvergunning in verband met de bescherming van archeologische waarden benodigd is, kan hiervan een kopie worden gevraagd door de vergunning- of instemmingverlener. Aanvullend bij werkzaamheden van ingrijpende aard: • bij bovengrondse objecten (zoals kasten, trafostations en centrales): een concept visuele weergave van de inpassing: afmetingen en (RAL-)kleur van de objecten (conform Handboek Openbare Ruimte; HOR); afbeelding van locatie met daarop de nieuwe bovengrondse objecten geprojecteerd op ware grootte (niet nodig bij nieuwbouwprojecten). • bij persingen en raketboringen: opstelplan en dieptemaat in NAP; dwarsprofiel incl. in-/uittrede punten in RD-coördinaten , hoogte (Z-maatvoering) t.o.v. NAP; maaiveldhoogte. • bij een (gestuurde) boring en boogzinker: opstelplan; sterkteberekening (indien >100 meter lengte) samen met sondeergegevens. (Deze kan ook na vergunning of instemming verlening worden aangeleverd); o dwarsprofiel samen met in-/uittrede punten in RD-coördinaten; NAP maatvoering bij de ondergrondse infrastructuur samen met maaiveldhoogte. Indien uw aanvraag in behandeling wordt genomen ontvangt u hierover binnen 10 werkdagen bericht. Indien aanvullende gegevens benodigd zijn ontvangt u binnen 3 werkdagen bericht.

Rechtspraak bij dit artikel