**1..** Een uitwegvergunning wordt in het belang van de bruikbaarheid van de weg in ieder geval geweigerd indien:
door het maken of veranderen van een uitweg bij een woning het aantal openbare parkeerplaatsen wordt verminderd en er volgens de vigerende parkeernormen ingevolge de ASVV en CROW binnen een afstand van 100 meter aan weerszijden van de bedoelde uitweg onvoldoende openbare parkeerplaatsen voorhanden blijven met uitzondering van de volgende situaties:
als de parkeerplaats wordt hersteld door de aanleg van een nieuwe openbare parkeerplaats in de onmiddellijke omgeving.
de uitweg aansluit op een gebiedsontsluitingsweg en er binnen de bestaande wegenstructuur andere ontsluitingsmogelijkheden van het betreffende perceel mogelijk zijn. Als er sprake is van bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld dat er geen andere manier ontsloten kan worden, kan incidenteel toch een vergunning verleend worden. Als de uitweg op een gebiedsontsluitingsweg zeer incidenteel gebruikt zal worden, zoals bij een elektriciteitshuisje, kan tevens een vergunning worden verleend.
de uitweg breder en langer is dan redelijkerwijs noodzakelijk is (voor maximaal toegestane uitwegbreedtes zie H3 ).
door het maken van een uitweg of het veranderen van een bestaande uitweg geen goede afwatering wordt behouden c.q. de afwatering wordt verstoord.
door het maken van een uitweg of het veranderen van een bestaande uitweg nadelige gevolgen optreden voor het functioneren van straatmeubilair, verkeersvoorzieningen of onderdelen van het gemeentelijk riool. Indien mogelijk kan van weigering worden afgezien indien de aanvrager de kosten voor verplaatsing van deze voorzieningen wil dragen.
het doel van de aanvraag het creëren van een parkeerplaats is (oprit) en het niet mogelijk is om het betreffende voertuig volledig op eigen terrein te parkeren.
Toelichting:
Het criterium van ‘de bruikbaarheid van de weg’ ziet naar de rol die de betrokken weg heeft, de
inrichting van de weg, en de gevolgen die een uitweg zal kunnen hebben op deze rol. Deze kan
bijvoorbeeld nadelig beïnvloed worden door een uitweg indien hierdoor het verkeer (ernstig) geremd
wordt, de doorstroming beperkt wordt, de vrije in-/uitrijruimte beperkt wordt, de weg niet meer of
onvoldoende gebruikt kan worden voor het doel waarvoor hij bedoeld is.
Enkele voorbeelden ter toelichting:
Indien een uitweg gevraagd zal worden op een gebiedsontsluitingsweg, zal de bruikbaarheid van deze weg sterk negatief beïnvloed kunnen worden door een (extra) uitweg. Dit is reden om de gevraagde
uitweg te weigeren. Het verloren gaan van openbare parkeerplaatsen zal doorgaans leiden tot
weigering van de gevraagde vergunning, immers de bruikbaarheid van de weg, in dit geval ingericht
als parkeerplaats, zal negatief beïnvloed worden door de gevraagde uitweg.
Artikel 4 van de Wegenwet bepaalt, wanneer een weg openbaar is. Openbaarheid in de zin van de
Wegenwet is een rechtstoestand van de weg die o.a. inhoudt dat:
een ieder blijvend en in beginsel vrij gebruik van de weg mag maken ter uitoefening van het verkeer (beschikbaarheid).
er voor gezorgd moet worden dat de weg in een goede staat verkeert (begaanbaarheid).
eenieder er zich van dient te onthouden dat gebruik te beletten of te belemmeren (bruikbaarheid);
er een gedoogplicht is ten aanzien van openbare wegen.
er een onderhoudsplicht is ten aanzien van openbare wegen.
er registratie is van openbare wegen (wegenlegger).
er geen tolheffing op openbare wegen mag plaatsvinden.
Verder kan er ter plaatse sprake zijn van een verzamelpunt van afvalcontainers of een bushalte.
Indien er geen goede alternatieve locatie in de nabijheid voorhanden is, zal ook deze omstandigheid
kunnen leiden tot weigering van de vergunning.
Indien naar verwachting een aangevraagde uitweg primair voor de bruikbaarheid van de weg geen
probleem zal opleveren, maar verwacht wordt dat dit in de toekomst wel het geval zal zijn, bij-voor- beeld door op handen zijnde wijziging van de omstandigheden ter plekke of precedentwerking, zal dit eveneens een reden voor weigering kunnen zijn.
Indien de bruikbaarheid van de weg naar verwachting negatief beïnvloed zal worden door een uitweg, zal toch een vergunning verleend kunnen worden indien er sprake is van bijzondere omstandigheden die verstrekking kunnen rechtvaardigen (bijvoorbeeld indien er geen andere manier is om ontsluiting van het perceel mogelijk te maken).
Hoofdstuk 2.
Artikel 4
Criteria ten aanzien van de bruikbaarheid van de weg en het zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats.
Onderdeel van Beleidsregels Uitwegvergunningen