Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 5

Criteria ten aanzien van het onaanvaardbaar aantasten van het openbaar groen.

Onderdeel van Beleidsregels Uitwegvergunningen

Een uitwegvergunning wordt in het belang van de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente in ieder geval geweigerd indien: de bestaande groenstructuur door de te realiseren uitweg onevenredig wordt aangetast. de uitweg leidt tot het verwijderen of ernstig aantasten van landschapselementen of structuren met historische, natuurlijke dan wel cultuurwaarden; de uitweg niet op minimaal 3,5 meter van de stamvoet van een waardevolle/beeldbepalende boom plaatsvindt; er grondophoging dan wel grondverlaging van méér dan 10 centimeter dient plaats te vinden onder de kroonprojectie van een waardevolle/beeldbepalende boom. Toelichting: Dit criterium sluit aan bij de beleidsregels en bepalingen in de APV die dienen ter bescherming van (openbaar) groen. Zie afdeling 3 van de APV: “Het bewaren van houtopstanden”. Indien een uitweg gevraagd wordt waarvan het gevolg zal zijn dat er één of meerdere bomen die op gemeentegrond staan gekapt moeten worden, zal de uitwegvergunning in beginsel geweigerd worden, ook indien ingevolge de geldende beleidsregels geen omgevingsvergunning (kap) vereist zou zijn. De belangenafweging kan evenwel toch leiden tot het verstrekken van een uitweg-vergunning indien er andere zwaarwegende argumenten zijn, bijvoorbeeld indien de uitweg op geen enkele ander wijze te realiseren valt en/of noodzakelijk is om het perceel te kunnen ontsluiten. Bepalend voor de afweging of voor een gemeenteboom een omgevingsvergunning (kap) aangevraagd wordt, is met name van belang of er sprake is van een laanstructuur en of de boom voor een omgevingsvergunning (kap) in aanmerking zou komen, zoals bij een waardevolle/beeldbepalende boom. Anderzijds moet het verwijderen van een niet waardevolle/beeldbepalende boom geen automatisme zijn en kan toch maatwerk noodzakelijk zijn, net zoals maatwerk eveneens noodzakelijk kan zijn voor het doorsnijden van een talud, of het verwijderen van een haag. Indien één of meerdere bomen gekapt moeten worden die eigendom zijn van de aanvrager, zal eveneens eerst beoordeeld moeten worden of een geoorloofde kap mogelijk is. De kapaanvraag zal beoordeeld worden op basis van de criteria aangegeven in de betreffende beleidsregels. Pas bij verkregen groen licht in dezen, zal een uitwegvergunning verleend kunnen worden. Indien een uitweg gevraagd wordt waarvan het gevolg zal zijn dat bestaande groenstructuren of openbare groenvakken aangetast worden, zal dit een reden kunnen zijn de vergunning te weigeren. Per geval zal een belangenafweging gemaakt worden, waarbij primair beoordeeld zal worden of in dit geval het aantasten van het groenvlak een negatieve uitstraling zal hebben op het uiterlijk van de straat en of dat de aantasting van het groenvlak negatieve effecten zal hebben op overig aanwezig groen, bijvoorbeeld door aantasting van wortels. Wordt een uitwegvergunning verleend en dient een groenvlak verwijderd en/of aangepast te worden, of dienen (gemeente)bomen gekapt te worden, dan komen alle daarmee verband houdende kosten voor rekening van de aanvrager. Veel sporen uit het verleden zijn nog zichtbaar of herkenbaar in het landschap aanwezig. Historische of culturele landschapselementen als houtsingels, poelen, wierden, dobben, sloten worden in grote getale verspreid over het buitengebied aangetroffen. Vele landschapselementen, die geen deel uit maken van bestaand natuurgebied (beschermd via de bestemming natuur) of van de aankleding van ontsluitingswegen (zoals wegbermen, al dan niet met bijvoorbeeld bomenrijen) vragen eveneens om bescherming. Veel van de oorspronkelijk aanwezige landschapselementen zijn ten gevolge van schaalvergroting in met name de landbouw of samenhang met uitgevoerde herverkavelingen verloren gegaan.

Rechtspraak bij dit artikel