Onverminderd het bepaalde in de artikelen 8 en 9 van de Algemene subsidieverordening wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien:
a. de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;
b. de aanvrager failliet is of in surseance van betaling verkeert, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;
c. in het beoogde doel of de voorgenomen activiteit op andere wijze in belangrijke mate is voorzien;
d. een doublure ontstaat met activiteiten van een door de gemeente gesubsidieerde rechtspersoon;
e. de subsidieverstrekking niet past binnen door de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders vastgestelde beleid;
f. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;
g. subsidieverstrekking voor (nieuwe) houders / locaties met minder dan 5 VE peuters komen alleen in aanmerking voor de VE middelen per peuter en niet voor de subsidies genoemd in artikel 8.2 en 8.3.
h. de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij eigen middelen, hetzij middelen van derden, kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;
i. de activiteiten een godsdienstige, levensbeschouwelijke of politieke boodschap hebben.