Het lozen van grondwater bij graven kan aan de orde zijn bij:
Onderzoek voorafgaand aan graven in de bodem;
Graven in de bodem;
Ontwatering.
Lozen van grondwater bij onderzoek voorafgaand aan graven in de bodem
Bij een onderzoek als bedoeld in paragraaf 5.2.2 Bal in combinatie met de milieubelastende activiteiten graven in de bodem (paragrafen 4.119 en 4.120 Bal ) of kleinschalig graven (geregeld in omgevingsplan) kan grondwater vrijkomen. Dit afvalwater moet, volgens artikel 5.7f Bal, worden geloosd op het vuilwaterriool, tenzij via een maatwerkvoorschrift een andere lozingsroute is toegestaan.
Lozen van grondwater bij graven in de bodem
Over graven in de bodem zijn regels gesteld in de paragrafen 4.119 en 4.120 Bal en in het omgevingsplan (kleinschalig graven). Bij deze activiteiten kan grondwater vrijkomen bij bemaling. Door bemaling kan men ‘droog’ ontgraven. Bemaling van het grondwater wordt ook wel ontwatering of onttrekking van grondwater genoemd.
Het Bal stelt geen regels aan het lozen bij graven, behalve als het gaat om lozen op rijkswateren of de Noordzee. Hiervoor gelden dezelfde regels als voor het lozen op rijkswateren bij saneren van de bodem of het grondwater. Zie verder paragraaf 4.7 van dit beleidskader.
Verder is het lozen bij graven geregeld in het omgevingsplan of de waterschapsverordening. Het valt dan onder de noemer ontwatering. Zie hieronder.
Lozen van grondwater bij ontwatering
Het lozen van grondwater dat is vrijgekomen bij graven, valt onder de regels voor ontwatering in het omgevingsplan. Het afvalwater mag worden geloosd op of in de bodem of in een riool. Het afvalwater wordt alleen in een vuilwaterriool geloosd als lozen in een schoonwaterriool, op of in de bodem of op een oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet mogelijk is. Er gelden emissiegrenswaarden. Om te bepalen of emissiegrenswaarden overschreden worden, moeten de grondwatermonsters volgens voorgeschreven protocollen geanalyseerd worden.
Voor het lozen van dat grondwater in een schoonwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 50 mg/l en voor ijzer 5 mg/l, gemeten in een steekmonster.
Voor het lozen van dat grondwater in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l. Het lozen van dat grondwater in een vuilwaterriool duurt niet langer dan 8 weken en de geloosde hoeveelheid is ten hoogste 5 m3/u. De praktijk is dat - als lozen op het vuilwaterriool is toegestaan (dit wordt getoetst naar aanleiding van de ingediende gegevens voorafgaand aan het lozen) - pas bij lozen langer dan 12 weken een maatwerkvoorschrift moet worden aangevraagd voor de langere termijn van lozen. Deze praktijk wordt voortgezet onder de Omgevingswet en vastgelegd in het omgevingsplan.
Er wordt bij het lozen op een riool een zandvanger (bezinkinstallatie) gebruikt.
Het lozen van bij graven vrijgekomen grondwater op een regionaal oppervlaktewater, valt onder de regels voor lozen bij ontwatering in de waterschapsverordening. Er geldt een emissiewaarde voor onopgeloste stoffen van 50 mg/l, gemeten in een steekmonster. Om te bepalen of emissiegrenswaarden overschreden worden, moeten de grondwatermonsters volgens voorgeschreven protocollen geanalyseerd worden.
Het lozen van bij graven vrijgekomen grondwater op rijkswateren is toegelicht onder het kopje ‘Lozen van grondwater bij graven in de bodem’ (hierboven) met een verwijzing naar het kopje ‘Lozen van grondwater bij saneren van de bodem of het grondwater’ (paragraaf 4.7).
Bevoegd gezag
Als er afvalwater vrijkomt bij de milieubelastende activiteit graven, bepaalt de lozingsroute wie bevoegd gezag is voor deze lozing. Er zijn 4 lozingsroutes.
Tabel 3.2 laat zien wie bevoegd gezag is voor welke lozingsroute.
Tabel 3.2Lozingsroutes na graven of saneren
Lozingsroute op:
Bevoegd gezag
Soort activiteit
Regels in
Rijkswateren en Noordzee
Waterbeheerder (Rijkswaterstaat)
Wateractiviteit
Besluit activiteiten leefomgeving (Hfdst 6 en 7 Bal)
Regionale wateren
Waterbeheerder (Waterschap)
Wateractiviteit
Waterschapsverordening
Riool
Gemeente
Milieubelastende activiteit
Omgevingsplan
Op of in de bodem (ook bij lozing > 10 m diep)
Gemeente
Milieubelastende activiteit
Omgevingsplan
Als een bepaalde (andere) lozingsroute gewenst is, is het aan het bevoegd gezag om hier regels over op te stellen. Hierbij sluit het bevoegd gezag aan bij de voorkeursvolgorde voor het omgaan met afvalwater zoals vastgelegd in de Wet milieubeheer. Ook stemt het bevoegd gezag van deze lozingsroute zo nodig af met andere bestuursorganen.
Informatieplicht
Voor het lozen bij graven geldt in het omgevingsplan en de waterschapsverordening een informatieplicht. Ten minste vier weken van te voren worden aan het college van burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over:
De aard en omvang van de lozing; en
De verwachte datum van het begin van de activiteit.
Als de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens tenminste vier weken vantevoren verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van het waterschap.
Er is geen informatieplicht voor het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering als het lozen minder dan 48 uur duurt. Duurt het lozen langer dan 48 uur, maar niet langer dan 8 weken dan worden de gegevens en bescheiden ten minste vijf werkdagen voor het begin van het lozen verstrekt.
Meldingsplicht
Voor het lozen op rijkswater geldt een meldingsplicht (in combinatie met een informatieplicht).
Dit geldt niet als de lozing minder dan 48 uur duurt.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.10
Lozen van grondwater bij graven
Onderdeel van Beleidskader bodem onder de Omgevingswet Gemeente Diemen