Wettelijk kader:
De regels voor ‘Kleinschalig graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit’ en de regels voor ‘Kleinschalig graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit’ zijn te vinden in het omgevingsplan.
In het omgevingsplan zijn regels opgenomen voor grondverzet kleiner dan of gelijk aan 25 m3 (het zogeheten Kleinschalig graven). Hiervoor golden regels onder de Wet bodembescherming. Het gaat om zeer beperkt graafwerk voor bijvoorbeeld:
Een inspectieput voor funderingsonderzoek;
Herstelwerkzaamheden aan kabels en leidingen;
Het plaatsen van een lichtmast;
Het aanbrengen van een huisaansluiting (water, gas, elektra);
Het ingraven van een vuilwaterput;
Het graven van een boomplantgat.
Het graven in de bodem omvat ook het zeven van de uitkomende grond op dezelfde locatie, het tijdelijk opslaan van grond en het terugplaatsen van grond na afloop van tijdelijk uitnemen.
De regels voor kleinschalig graven zijn niet van toepassing op het graven in de waterbodem.
Uitzondering voor zeer klein graafwerk (< 1 m3), zonder afvoer en voor (reguliere) tuinwerkzaamheden in eigen tuin zonder afvoer
Bij zeer kleine graafwerkjes zonder afvoer van grond is het de vraag of de inspanning van een (vereenvoudigd) vooronderzoek opweegt tegen de impact/risico’s van het graafwerk op de omgeving. Dit geldt ook bij (reguliere) tuinwerkzaamheden zonder afvoer in de eigen tuin tot een maximum van 25 m3.
Hierbuiten gaat het om graafwerk van minder dan 1 m3, zonder afvoer van grond, zoals bijvoorbeeld voor het herstelwerk van het trottoir, het plaatsen van straatmeubilair, onderhoud/schoffelen van plantsoenen et cetera.
Graafwerkzaamheden die vallen onder deze uitzonderingen zijn vrijgesteld van de regels voor kleinschalig graven.
Toepassingsbereik
Het kleinschalig graven bestaat in het omgevingsplan uit twee afzonderlijke activiteiten (vergelijkbaar als in het Bal):
Kleinschalig graven in bodem met een kwaliteit beneden of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit (afgekort: Kleinschalig graven ≤ I). Hieronder vallen locaties of gebieden waar de bodem niet of slechts licht is verontreinigd of diffuus is verontreinigd beneden de interventiewaarde.
Kleinschalig graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit (afgekort: Kleinschalig graven > I). Hieronder vallen de volgende locaties of gebieden:
Locaties of gebieden waar de bodem diffuus is verontreinigd tot boven de interventiewaarde bodemkwaliteit zoals dat blijkt uit de bodemkwaliteitskaart (in Diemen niet aan de orde) of lokaal is verontreinigd zoals dat blijkt uit bodemonderzoek;
Locaties waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking is verleend als bedoeld in artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidige of voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is (de zogenaamde ‘ernst - geen spoed’ locaties).
Wanneer na het (vereenvoudigd) vooronderzoek blijkt dat er geen sprake is van (een verdenking van) een puntbron en er geen beschikking ernst - geen spoed is afgegeven is de BKK-zone (zie de zonekaart in bijlage 3A) bepalend voor het te volgen traject.
Wanneer na het vooronderzoek blijkt dat er wél sprake is van een locatie waarop een beschikking ernst - geen spoed rust, wordt het regime voor kleinschalig graven >I gevolgd.
Is er sprake van (een verdenking van) een puntbron, het graafwerk vindt plaats in een niet-gezoneerd gebied of in de openbare weg, dan wordt een verkennend bodemonderzoek volgens de NEN5740 uitgevoerd. De uitkomst van het onderzoek bepaalt welk regime wordt gevolgd. Alternatief is dat de initiatiefnemer uitgaat van ‘worst case’ en werkt volgens het kader kleinschalig graven > I.
Er is binnen de gemeente Diemen sprake van de activiteit Kleinschalig graven in bodem ≤ I wanneer geen sprake is van een puntbron of verdenking:
In BKK-zone 1, 2 of 3.
Er is sprake van de activiteit Kleinschalig graven > I als de kwaliteit >I is gebleken uit een NEN5740-onderzoek:
Als er sprake is van een puntbron of verdenking in BKK-zones 1, 2 of 3 en onderzoek wijst uit dat de locatie > I verontreinigd is;
Op locaties met beschikking ernst - geen spoed (als geen representatief onderzoek beschikbaar is);
In niet-gezoneerde gebieden;
In de openbare weg;
In gebieden met een puntbron of verdenking hierop en ‘worst-case’-scenario wordt gevolgd.
Het traject staat weergegeven in Figuur 3.2.
Invulling van de wettelijke zorgplicht bij asbest in de bodem bij kleinschalig graven
Wanneer tijdens de uitvoering onverwacht visueel asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen, worden veiligheidsmaatregelen genomen om vermenging naar andere bodemlagen en verspreiding naar de omgeving te voorkomen. Bij de tijdelijke opslag van mogelijk asbesthoudende grond dienen maatregelen te worden genomen om verwaaiing en verstuiving te voorkomen. Stukken asbestverdacht materiaal worden via ‘handpicking’ verwijderd.
Figuur 3.2Schematisch overzicht Kleinschalig graven
Kleinschalig graven > I, wat geldt er?
Er wordt altijd (minimaal) een vereenvoudigd vooronderzoek gedaan;
Bij graafwerk binnen de gemeente Diemen in niet-gezoneerde gebieden, in de openbare weg, als sprake is van een beschikte locatie ernst - geen spoed en bij graafwerk waarbij een afdeklaag/leeflaag doorgraven kan worden gelden de regels voor kleinschalig graven > I (dit betekent onder andere een informatieplicht bij afvoer en bij (ont)graven dieper dan de afdeklaag), tenzij verkennend bodemonderzoek uitwijst dat de locatie ≤ I verontreinigd is;
Er is alleen sprake van een informatieplicht wanneer grond wordt afgevoerd en/of wanneer dieper dan de afdeklaag wordt gegraven;
Er zijn regels opgenomen over tijdelijke opslag van vrijkomende grond;
Grond met een mobiele verontreiniging boven de interventiewaarde of een PFAS-verontreiniging boven 59 µg/kg (PFOS en overige PFAS) of 60 µg/kg (PFOA of mengsel van PFAS) wordt niet teruggeplaatst;
Er is milieukundige begeleiding aanwezig wanneer een afdeklaag wordt doorgraven;
Buiten leeflagen/afdeklagen is BRL 6000 of 7000 niet verplicht.
Tijdelijke uitname
Voor tijdelijke uitname gelden dezelfde regels als bij MBA Graven >I in het Bal, behalve dat er bij kleinschalig graven >I geen meld- of informatieplicht bestaat. Het is toegestaan om de ontgraven grond na afloop van het werk weer terug te plaatsen in de oorspronkelijke bodem (in hetzelfde ontgravingsprofiel).
Milieukundige begeleiding tijdens doorgraven van de afdeklaag (kleinschalig graven > I)
Milieukundige begeleiding conform BRL 6000 is alleen nodig als er op de locatie sprake is van een afdeklaag17Hieronder vallen zowel afdeklagen die onder het overgangsrecht vallen (evaluatieverslag of nazorgplan Wbb) en nieuwe afdeklagen die zijn aangebracht onder de MBA Saneren volgens het Bal. in de vorm van een leeflaag of een andere duurzame afdeklaag en de ontgraving dieper gaat dan deze laag.
Tijdens de milieukundige begeleiding houdt de milieukundige begeleider een logboek bij. Na afloop van de activiteit rapporteert de milieukundige begeleider in het evaluatieverslag milieukundige processturing volgens de BRL 6000.
De MKB-er moet de bevindingen in het evaluatieverslag bijhouden en rapporteren aan de opdrachtgever, maar hoeft bij kleinschalig graven deze gegevens niet aan het bevoegd gezag te sturen. Een toezichthouder zou dit op grond van de Awb eventueel wel kunnen opvragen.
Volgens de BRL SIKB 6000 is het doorgaans niet noodzakelijk dat er voortdurend een milieukundige aanwezig is. De milieukundige moet aanwezig zijn bij kritische werkzaamheden, dus bij die werkzaamheden die van invloed kunnen zijn op de kwaliteit van de leefomgeving. In dit geval is het moment van doorgraven en weer herstellen van de afdeklaag het kritische moment.
Bij het doorgraven van de afdeklaag dient de aannemer volgens de BRL 7000 te werken.
Niet terugplaatsen van grond verontreinigd met mobiele stoffen
Omdat bij kleinschalig graven > I geen regels in de bruidsschat zijn meegegeven voor terugplaatsen van grond na tijdelijke uitname kan het gebeuren dat grond die verontreinigd is met mobiele verontreinigingen wordt teruggeplaatst in het ontgravingsprofiel. In het omgevingsplan is daarom opgenomen dat het niet is toegestaan om vrijkomende grond, die verontreinigd is met mobiele verontreinigingen tot boven de interventiewaarden zonder meer terug te plaatsen in het ontgravingsprofiel. De verontreinigingen in deze grond zijn dezelfde stoffen die in het grondwater voorkomen tot boven de signaleringsparameters18De signaleringsparameters (zoals bedoeld in bijlage Vd bij het Besluit kwaliteit leefomgeving) zijn gelijk aan de interventiewaarden grondwater onder de Wbb..
Niet terugplaatsen geldt voor vrijkomende grond, verontreinigd met mobiele stoffen
die zich boven, onder of zowel boven als onder de grondwaterspiegel bevinden;
die zich hebben verspreid naar het grondwater;
die kunnen uitdampen naar een afgesloten ruimte van een gebouw waarin mensen verblijven;
uit een drijflaag (bijvoorbeeld minerale olie).
In zo’n situatie moet vrijkomende grond worden beschouwd als een afvalstof die niet opnieuw gebruikt kan worden.
Het is ook niet toegestaan om een drijflaag (bijvoorbeeld minerale olie) terug te plaatsen. Deze moet binnen het kader van deze regels altijd worden afgevoerd. Als er geen verkennend bodemonderzoek hoeft te worden uitgevoerd, is het lastig om dit vast te stellen. Daarom geldt deze eis als er visueel olie waarneembaar is of als door eerder uitgevoerd (voor)onderzoek is gebleken dat sprake is van grond die is verontreinigd met mobiele stoffen.
Een initiatiefnemer kan via een maatwerkvoorschrift een verzoek indienen om van de eis tot afvoeren te mogen afwijken. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als afvoer niet doelmatig is en er uit milieuhygiënisch oogpunt geen winst te behalen valt.
Geen grond met PFAS terugplaatsen na tijdelijke uitname
Als het vooronderzoek daar aanleiding toe geeft, wordt bodemonderzoek naar PFAS uitgevoerd. Grond met een verontreiniging met PFAS wordt na het tijdelijk uitnemen niet teruggebracht in de bodem als een of meer van de volgende waarden worden overschreden, waarbij het gaat om de gemeten waarde zonder bodemtypecorrectie:
59 µg/kg ds bij PFOS;
60 µg/kg ds bij PFOA of een mengsel van PFAS; of
59 µg/kg ds bij overige PFAS.
Informatieplicht kleinschalig graven > I bij afvoer en/of bij (ont)graven dieper dan de afdeklaag
Voor kleinschalig graven (< 25 m3) in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit, waarbij tevens grond wordt afgevoerd en/of waarbij dieper dan de afdeklaag wordt gegraven, geldt een informatieplicht.
Ten minste een week voor het begin van de activiteit (als er sprake is van afvoer en/of (ont)graven dieper dan de afdeklaag) worden ter informatie de volgende gegevens en bescheiden bij het bevoegd gezag ingediend:
De begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht;
De verwachte datum van het begin van de activiteit;
De verwachte duur van de activiteit;
Bodemonderzoek in de vorm van een (vereenvoudigd) vooronderzoek en aanduiding BKK-zone.
Bij een wijziging van de begrenzing of de verwachte datum van het begin van de activiteit worden de gewijzigde gegevens onverwijld aan het bevoegd gezag verstrekt.
Informatieplicht bij kleinschalig graven >I in geval van spoedreparaties ondergrondse infrastructuur
Wanneer het kleinschalig graven in de bodem in verband staat met een spoedreparatie van vitale ondergrondse infrastructuur en sprake is van afvoer van grond en/of dieper is gegraven dan de afdeklaag, geldt een informatieplicht achteraf in de volgende situaties: Bij graafwerk op beschikte locaties ernst – geen spoed, in de openbare weg (waarbij de bodemkwaliteit niet bekend is) of in gebieden met te weinig gegevens.
Wanneer geen informatieplicht?
De informatieplicht geldt niet als het alleen gaat om het tijdelijk uitnemen van grond, niet zijnde graafwerk onder een afdeklaag.
Kleinschalig graven ≤ I, wat geldt er?
Er wordt altijd (minimaal) een vereenvoudigd vooronderzoek uitgevoerd;
Bij graafwerk binnen de gemeente Diemen in de zone 1, 2 of 3 gelden de regels voor kleinschalig graven ≤ I, behalve als in het vvo een puntbron of verdenking daarop wordt aangetroffen en als het daaropvolgende verkennend bodemonderzoek uitwijst dat de locatie > I verontreinigd is (in dat geval worden de regels voor graafwerk > I gevolgd);
Grond met een PFAS-verontreiniging boven 59 µg/kg (PFOS en overige PFAS) of 60 µg/kg (PFOA of mengsel van PFAS) wordt niet teruggeplaatst;
Er gelden alleen regels bij tijdelijke opslag van vrijkomende grond en de zorgplicht in het omgevingsplan;
Er is geen sprake van een informatieplicht.
Tijdelijke uitname
In de regeling Kleinschalig graven in de bruidsschat waren geen regels opgenomen over terugplaatsen van grond na tijdelijke uitname. Er wordt in het omgevingsplan in de regeling voor kleinschalig graven ≤ I aangesloten bij de regels die gelden voor de MBA Graven ≤ I in het Bal. Bij tijdelijk uitnemen van grond wordt de grond zonder te zijn bewerkt, op of nabij het ontgravingsprofiel onder dezelfde omstandigheden teruggeplaatst.
Geen grond met PFAS terugplaatsen na tijdelijke uitname
Als het vooronderzoek daar aanleiding toe geeft, wordt bodemonderzoek naar PFAS uitgevoerd. Grond met een verontreiniging met PFAS wordt na het tijdelijk uitnemen niet teruggebracht in de bodem als een of meer van de volgende waarden worden overschreden, waarbij het gaat om de gemeten waarde zonder bodemtypecorrectie:
59 µg/kg ds bij PFOS;
60 µg/kg ds bij PFOA of een mengsel van PFAS; of
59 µg/kg ds bij overige PFAS.
Informatieplicht bij kleinschalig graven ≤ I in geval van spoedreparaties ondergrondse infrastructuur
Wanneer het kleinschalig graven in de bodem in verband staat met een spoedreparatie van vitale ondergrondse infrastructuur en sprake is van afvoer van grond en/of dieper is gegraven dan de afdeklaag, geldt een informatieplicht achteraf in de volgende situaties: Bij graafwerk op beschikte locaties ernst – geen spoed, in de openbare weg (waarbij de bodemkwaliteit niet bekend is) of in gebieden met te weinig gegevens.
Tijdelijke opslag na kleinschalig graven
Tijdens of na afloop van graven kan het noodzakelijk zijn om de grond tijdelijk op te slaan, bijvoorbeeld omdat de grond tijdelijk uitgenomen wordt en na afloop van de werkzaamheden weer wordt teruggebracht in het oorspronkelijk ontgravingsprofiel of omdat de grond naar elders wordt afgevoerd.
In de regeling Kleinschalig graven in de bruidsschat zijn regels opgenomen over tijdelijke opslag (maximaal 8 weken). Er wordt in het omgevingsplan in de regeling voor kleinschalig graven aangesloten bij de regels die gelden voor de MBA Graven ≤ I in het Bal.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4
Kleinschalig graven
Onderdeel van Beleidskader bodem onder de Omgevingswet Gemeente Diemen