Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.5

Toepassingseisen en kwaliteitseisen in Diemen

Onderdeel van Beleidskader bodem onder de Omgevingswet Gemeente Diemen

In zone 1 geldt de generieke kwaliteitseis Landbouw/natuur voor toepassen van grond en (gerijpte) baggerspecie. In de overige zones is sprake van gebiedsspecifiek beleid op het niveau van de kwaliteitsklasse (dus niet per stof), met daarnaast aanscherping van de eisen voor lood voor bepaalde gevoelige functies. De indeling van de bodemkwaliteitskaart (BKK) wordt gebruikt om de toepassingseisen per BKK-zone weer te geven. Het grondgebied van de gemeente Diemen beslaat een deel van de regionale bodemkwaliteitskaart Regio Amstelland en Meerlanden en bevat de zones 1, 2 en 3. Verder zijn binnen de gemeentegrens van Diemen enkele saneringsgebieden aangeduid en is een deel niet ingedeeld vanwege te weinig gegevens. Het toetsingskader staat weergegeven in Tabel 6.1. Enkele belangrijke conclusies uit Tabel 6.1 zijn: In zone 1 en op de bodemfuncties natuur, landbouw en moestuinen/volkstuinen (ongeacht de zone) mag alleen grond worden toegepast van de klasse landbouw/natuur; Op locaties die zijn ingedeeld in de bodemfunctieklasse wonen, waarbij sprake is van een woning met tuin of een kinderspeelplaats, mag toe te passen grond in de tuin of op het onverharde deel van de kinderspeelplaats maximaal 100 mg/kg (zonder bodemtypecorrectie) aan lood bevatten (voor de overige parameters geldt klasse wonen);28Deze loodnorm komt voort uit de Toetsingsregel Landbouw/natuur (Regeling bodemkwaliteit 2021 (art. 7.8, 5e lid)). Volgens die regel behoudt grond de formele kwaliteitsklasse Landbouw/natuur als hoogstens 2 stoffen verhoogde gehalten laten zien (bij meting van 7-15 stoffen). De verhoging mag in dat geval maximaal 2x de kwaliteitsklasse Landbouw/natuur (voor lood is dat 50 mg/kg) voor die stof bedragen. Het maximum voor lood is in dit geval dus 2 x 50 = 100 mg/kg grond. Zie ook Bijlage 1. Op locaties die zijn ingedeeld in de bodemfunctieklasse wonen in de BKK-zones 2 en 3, waarbij sprake is van andere woonfuncties dan bovenstaand, mag grond worden toegepast van maximaal klasse wonen; Locaties die zijn ingedeeld in de bodemfunctieklasse industrie in BKK-zone 3 mogen grond ontvangen van de kwaliteitsklasse industrie. Hieronder valt ook ‘bebouwing’. Wanneer sprake is van een woonfunctie zonder tuin mag hier ook grond van klasse industrie worden toegepast indien deze grond afkomstig is uit het eigen beheergebied, ook al staat deze functie op de bodemfunctiekaart aangeduid als ‘wonen’. Tabel 6.1Toepassingseisen en kwaliteitseis aanvulgrond/leeflaag (kwaliteitsklassen) voor grond en bagger binnen de gemeente Diemen Bodemfunctieklasse Landbouw/natuur Wonen Industrie Nadere aanduiding BKK-zone Landbouw, natuur, moestuinen/ volkstuinen Wonen met tuin Kinderspeelplaatsen Groen met natuurwaarden Overige woonfuncties Ander groen, bebouwing (o.a. wonen zonder tuin29Wanneer sprake is van een woonfunctie zonder tuin (vallend onder bebouwing) in BKK-zone 3 mag hier ook grond van klasse industrie worden toegepast indien deze grond afkomstig is uit het eigen beheergebied, ook al staat deze functie op de bodemfunctiekaart aangeduid als ‘wonen.’), infrastructuur en industrie 1 Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur 2 Landbouw/natuur Wonen (lood max 100 mg/kg) Wonen Wonen 3 Landbouw/natuur Wonen (lood max 100 mg/kg) Wonen Industrie Openbare weg en gesaneerde gebieden Nader te bepalen Niet gezoneerde gebieden Nader te bepalen (onderzoek en dubbele toets) In aanvulling op de in Tabel 6.1 genoemde toepassingseisen gelden er in Diemen tevens specifieke toepassingseisen als invulling van de zorgplicht voor asbest en PFAS-houdende grond (zie voor PFAS paragraaf 6.6). Kwaliteitseisen asbesthoudende grond Asbest wordt normaliter in grond en bouwstoffen toegestaan tot 100 mg/kg droge stof30De interventiewaarde bedraagt 100 mg asbest per kg droge stof. Dit is een gewogen norm waarbij het gehalte serpentijnasbest (ook chrysotiel of witte asbest) en tienmaal het gehalte amfiboolasbest (overige asbestsoorten) worden opgeteld. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen hechtgebonden asbest en niet-hechtgebonden asbest.. Maar op plekken waar kwetsbare groepen veelvuldig contact met grond hebben, zoals op kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuinen, mag asbest analytisch niet aantoonbaar in de grond voorkomen. Er mag ook geen asbest zichtbaar zijn, want het kan voorkomen dat er volgens een analyserapport 0 mg/kg asbest is aangetoond, maar dat er toch een fragment plaatmateriaal in de grond aanwezig is. Het toepassen van asbesthoudende grond met meer dan 100 mg/kg droge stof is nergens toegestaan. Deze regels gelden binnen de gehele gemeente. Toepassen (gerijpte) baggerspecie op landbodem Gerijpte baggerspecie wordt beschouwd als grond, waarvoor de regels van het Bal gelden. Voor hergebruik van gerijpte baggerspecie geldt dan ook hetzelfde beleid als voor de toepassing van grond. Bij het bepalen van de kwaliteit wordt extra aandacht besteed aan het vooronderzoek en daarbij ook aan aspecten zoals overstorten en asbestbeschoeiingen op de plaats van herkomst. Dit om te voorkomen dat verschillende kwaliteiten gerijpte baggerspecie worden gemengd. De gemeente Diemen streeft ernaar om de eigen baggerspecie zo veel mogelijk binnen de gemeente toe te passen, bij voorkeur in het gebied waar de ontgraving heeft plaatsgevonden. Dit om extra milieubelasting door transport te voorkomen. Maar het is denkbaar dat vrijgekomen baggerspecie niet direct weer kan worden toegepast. Als directe toepassing niet mogelijk is, dan gaat de eerste voorkeur uit naar tijdelijke opslag op een depot binnen het werk, de tweede voorkeur is opslag op een doorgangsdepot binnen het gebied en de laatste voorkeur is opslag elders. Niet toepasbare baggerspecie wordt, met de vereiste transportdocumenten, naar een erkende afvalverwerker afgevoerd. Toepassen van grond in ecologisch waardevolle gebieden Het veengebied in de regio is gevoelig voor bodemdaling door veenoxidatie (als gevolg van onderbemaling). Dit heeft een hoge CO2-uitstoot tot gevolg en doet de biodiversiteit afnemen. Het ophogen van de veenpolders om deze bodemdaling te compenseren, zal de polder verder doen inklinken en de biodiversiteit nog meer doen afnemen. Bij werkzaamheden (graven, bouwen, toepassen) is een omgevingsvergunning nodig (voorheen aanlegvergunning). Als er grond wordt toegepast is tevens een melding conform de MBA Toepassen noodzakelijk. Hierbij is het uitvoeren van grondwerken verboden, tenzij sprake is van regulier onderhoud. Regulier onderhoud is in dit kader gedefinieerd als grondwerk dat niet leidt tot wijziging van het oorspronkelijk reliëf, respectievelijk bodemprofiel en dat maximaal de maaivelddaling ongedaan maakt die ontstaat door natuurlijke of bedrijfsmatige processen. Er moet aangetoond worden dat er geen onevenredige schade wordt toegebracht aan de natuurwaarden in het veenweidegebied. Ophogen mag niet leiden tot bodemdaling en inbreng van gebiedsvreemde ecologie. Ophogen is alleen toegestaan met gebiedseigen grond, dus niet met zand of zware klei. Het is immers naar ecologische maatstaven niet gewenst om een zware grondsoort toe te passen in een veenweidegebied. Er mogen geen grotere hoeveelheden worden toegepast dan nodig (art. 4.1269 en 4.1270 Bal). Zie ook paragraaf 10.4 van dit beleidskader.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel