Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 8.4

Indieningsvereisten vergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken: specifieke aanvraagvereisten voor bouwen van een bodemgevoelig gebouw

Onderdeel van Beleidskader bodem onder de Omgevingswet Gemeente Diemen

Bodemonderzoek Indien sprake is van een aanvraag voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw, is een bodemonderzoek(srapport) vereist conform de eisen voor voorafgaand bodemonderzoek in het Bal. In hoofdstuk 2 staat of een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk is of dat mogelijk kan worden volstaan met een vooronderzoek in combinatie met de bodemkwaliteitskaart. Het onderzoek heeft in principe betrekking op de gehele bodemgevoelige locatie, dus ook de tuin of het terrein bij het gebouw. Ook een gezamenlijke binnentuin moet worden onderzocht. Uit bodemonderzoek blijkt of de toelaatbare kwaliteit van de bodem wel of niet wordt overschreden. Als er sprake is van een tijdelijk bouwwerk (voor maximaal 15 jaar), dan is een verkennend onderzoek niet nodig wanneer uit het vooronderzoek blijkt dat de locatie onverdacht is of er slechts sprake is van een geringe verdenking. In gebieden die geen onderdeel uitmaken van de bodemkwaliteitskaart moet de situatie per geval bekeken worden. Mogelijk zijn deze gebieden al gesaneerd of juist onvoldoende onderzocht. Als uit het bodemonderzoek blijkt dat de waarde toelaatbare kwaliteit bodem niet wordt overschreden, dan is het voldoende om het bodemonderzoek bij de aanvraag te voegen. Wordt de waarde toelaatbare kwaliteit bodem wél overschreden, dan wordt een beschrijving van de saneringsmaatregelen bijgevoegd, waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat er gesaneerd gaat worden. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de MBA saneren op grond van het Bal of, indien het overgangsrecht van toepassing is, wordt de sanering uitgevoerd als bedoeld in artikel 3.1 van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet, mits een vergelijkbaar saneringsresultaat wordt behaald. In onderstaande figuur wordt geschetst wanneer een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 bij de bouw van een bodemgevoelig gebouw noodzakelijk is. Figuur 8.1Schema beoordeling noodzaak verkennend onderzoek conform NEN5740 bij de bouw van een bodemgevoelig gebouw Wanneer sprake is van asbestverdacht bouw- of sloopafval of asbestverdacht recyclinggranulaat in de bodem (meer dan 50 procent bodemvreemd materiaal) is een onderzoek conform NEN 5897 nodig. Bij overschrijding toelaatbare kwaliteit bodem: beschrijving saneringsmaatregelen Als uit bodemonderzoek blijkt dat de vastgestelde toelaatbare kwaliteit bodem wordt overschreden, dan worden op grond van de regels in het omgevingsplan sanerende of andere beschermende maatregelen genomen om op deze locatie een bouwactiviteit van een gebouw op een bodemgevoelige locatie toe te laten. Anders dan onder de Wbb kunnen dit ook maatregelen zijn voor de naastgelegen grond, bijvoorbeeld de tuin bij een woning. De voorgenomen saneringsmaatregelen of andere beschermende maatregelen worden bij de aanvraag voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw gevoegd. Met de ingediende gegevens moet aannemelijk worden gemaakt dat er sanerende of beschermende maatregelen genomen gaan worden. Kijk voor saneren in hoofdstuk 4. Wat te doen bij overschrijding toelaatbare kwaliteit bodem in een natuurgebied? Als bij het bouwen van een bodemgevoelig gebouw in een waardevol natuurgebied de toelaatbare kwaliteit bodem wordt overschreden (en sanering op grond hiervan verplicht is), dan moet worden overlegd met een stadsecoloog of de natuurorganisatie die het beheer voert in het betreffende gebied om te kijken óf en welke saneringsmaatregelen zinvol en doelmatig zijn en die zo min mogelijk ingrijpen in het ecosysteem. Naast saneren kan men ook denken aan minder rigoureuze ingrepen, zoals beheermaatregelen (zoals maaibeheer, aanpassen ecosysteem, vernatten). Ook wanneer de bodemverontreiniging een ecologisch risico oplevert (dus zonder samenhang met bouwen) zal in overleg met natuurbeheerders worden gekeken of een aanpak noodzakelijk is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel