Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 8.6

Informatieplicht voor ingebruikname na maatregelen op verontreinigde bodem

Onderdeel van Beleidskader bodem onder de Omgevingswet Gemeente Diemen

Om de gezondheid van de gebruikers van een bodemgevoelig gebouw te beschermen, moeten we zeker weten dat de voorgeschreven saneringsmaatregelen daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Daarom moet worden voldaan aan een informatieplicht over de uitgevoerde maatregelen als voorwaarde voor ingebruikname van het gebouw. Het bodemgevoelig gebouw – dit kan ook een (grote) aanbouw zijn aan een bestaand gebouw – op een bodemgevoelige locatie kan alleen in gebruik worden genomen nadat de gemeente een week vantevoren is geïnformeerd over hoe de voorgeschreven maatregelen zijn uitgevoerd. Dit geldt ook voor de ingebruikname van een tuin of het terrein grenzend aan een woonschip of woonwagen. De initiatiefnemer informeert het bevoegd gezag na afloop van de sanering dat en hoe de sanering is uitgevoerd. Dit geeft het bevoegd gezag de gelegenheid om, voordat het gebouw in gebruik wordt genomen, adequaat en tijdig toezicht te houden om te beoordelen of de sanering is afgerond en inderdaad heeft opgeleverd dat het bodemgevoelige gebouw geschikt is voor gebruik. Het Bal kent ook een vergelijkbare informatieplicht na beëindiging van de MBA saneren. De initiatiefnemer kan in één keer aan beide informatieplichten voldoen.

Rechtspraak bij dit artikel