Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 8.7

Lokale invulling bouwen bodemgevoelig gebouw

Onderdeel van Beleidskader bodem onder de Omgevingswet Gemeente Diemen

De gemeente Diemen heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de regels voor bouwen van een bodemgevoelig gebouw uit de door het Rijk meegegeven bruidsschat om te zetten naar regels in het omgevingsplan. De lokale invulling voor bouwen van een bodemgevoelig gebouw staat in onderstaand kader. De hieronder genoemde regels worden in het omgevingsplan opgenomen via een voorbereidingsbesluit dat gelijk in werking treedt met de Omgevingswet. Regels in omgevingsplan m.b.t. bouwen van een bodemgevoelig gebouw Artikel in omgevingsplan Voorafgaand aan de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van een bodemgevoelig gebouw in BKK-zone 3 en in niet-gezoneerde gebieden met te weinig gegevens wordt een verkennend bodemonderzoek conform de NEN5740 uitgevoerd. Voor een tijdelijk bouwwerk kan een uitzondering gelden. In samenhang met par 5.2.2. Bal (voorafgaand bodemonderzoek) De resultaten van een bodemonderzoek worden, behalve in PDF-format, ook aangeleverd in het XML-format (SIKB0101) voor zover het gaat om gegevens die zich daarvoor lenen. In samenhang met par 5.2.2. Bal (voorafgaand bodemonderzoek) Bij de aanwezigheid van asbestverdacht bouw- of sloopafval of asbestverdacht recyclinggranulaat in de bodem, wordt het resultaat van een onderzoek verstrekt dat is verricht overeenkomstig NEN 5897 voor zover sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal. Als een sanering onder het overgangsrecht valt en het oude recht van toepassing is, kan een vergelijkbaar resultaat worden behaald als met een sanering overeenkomstig het Bal. Daarom wordt onder het begrip sanerende of andere beschermende maatregel tevens verstaan een sanering als bedoeld in artikel 3.1 van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet, mits een vergelijkbaar saneringsresultaat wordt behaald. De waarde toelaatbare kwaliteit bodem bij het bouwen van een woning met tuin, een kinderdagverblijf met buitenruimte, of een school met buitenruimte is voor lood vastgesteld op 370 mg/kg (gemeten waarde) ter plaatse van de tuin of buitenruimte. Het volumecriterium van 25 m3 geldt hierbij niet. De waarde toelaatbare kwaliteit bij het bouwen van een bodemgevoelig gebouw is voor PFOS is vastgesteld op 59 µg/kg ds en voor PFOA op 60 µg/kg ds (gemeten waarde). Voor overige PFAS geldt de waarde van PFOS. In de vergunning wordt voorgeschreven dat een sanering conform Bal (of conform Wbb indien de sanering onder overgangsrecht valt) is uitgevoerd voorafgaand aan ingebruikname van het gebouw. In de vergunning wordt voorgeschreven dat een week voorafgaand aan de ingebruikname van het gebouw het bevoegd gezag wordt geïnformeerd over de uitgevoerde sanering. Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden in het geval dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen van voorschriften alsnog geschikt kan worden gemaakt. Dit artikel is in het omgevingsplan opgenomen met het oog op stoffen waarvoor (nog) geen waarde toelaatbare kwaliteit in het omgevingsplan is vastgesteld, maar die wel negatieve effecten op de gezondheid van de gebruikers kunnen hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel