Als de inwoner en/of zijn sociale omgeving niet in staat zijn om zelfstandig vervoer te regelen naar hulp buitenshuis, dan kan de gemeente aanvullend een indicatie voor vervoer afgeven.
Vervoer door aanbieder
Heeft de aanbieder aangegeven het vervoer tijdens de uitvoering van het contract zelf te organiseren, dan geldt dat de aanbieder het vervoer dient te organiseren als de inwoner en zijn omgeving geen mogelijkheid hebben om de locatie van de ondersteuning of behandeling te bereiken. De aanbieder mag aan de inwoner geen bijdrage voor het vervoer vragen. De aanbieder regelt in samenspraak met de inwoner passend en veilig vervoer. De zorgaanbieder mag het vervoer collectief/groepsgewijs regelen voor meerdere inwoners. Doelgroepen mogen worden gemengd en inzetten van vrijwilligers is eventueel mogelijk. Vereist de ondersteuningsvraag van de inwoner dat deze individueel vervoerd moet worden of met rolstoelvervoer, dan dient de zorgaanbieder daarvoor passend (individueel) vervoer te regelen. De aanbieder draagt zorgt voor de kwaliteit van de chauffeur en voor de veiligheid en kwaliteit van de voertuigen.
Vervoer door gemeente
Als de aanbieder heeft ingeschreven zonder het vervoer en vervoer nodig is, organiseert de gemeente dit middels de inzet van een derde partij: ZOOV. Vervoer wordt ingezet nadat door de aanbieder vastgesteld is dat de inwoner of haar sociale omgeving het vervoer niet kan uitvoeren en er ook geen mogelijkheid is de zorg passend en dichterbij te organiseren. De vervoerder ingezet door opdrachtgever, neemt contact op met zorgaanbieder om de haal- en brengtijden af te spreken. Van de aanbieder wordt het volgende verwacht:
- - Begrip dat niet alle inwoners op hetzelfde moment gehaald of gebracht kunnen worden en dat gestreefd wordt naar een zo efficiënt mogelijk vervoer van inwoners, waarbij de vervoerder ingezet door de aanbieder ook oog heeft voor een doelmatige zorgverlening.
- - Een open en flexibele (gespreks-)houding met betrekking tot de begin- en eindtijden van de ondersteuning of behandeling, met de volgende uitgangspunten:
- - Basis voor de planning zijn de door de zorgaanbieder gewenste begin- en eindtijden met een marge van 15 minuten;
- - De begin- en eindtijden worden per inwoner per dag van de week afgesproken;
- - De begin-/eindtijden kunnen per inwoner onderling verschillen;
- - De inwoner is voldoende lang op de zorglocatie;
- - Proactief informeren van de vervoerder ingezet door opdrachtgever bij wijzigingen (bijvoorbeeld andere zorglocatie).
- - Meer controle over het zorgproces;
- - Een goede samenwerking tussen hulpverleners;
- - Gelijkwaardig contact met de hulpverlener.
- - Jeugdigen groeien zo thuis mogelijk op. De gemeenten willen de volgende beweging zien:
- - Van de jeugdigen met jeugdzorg krijgen de meeste kinderen ondersteuning vanuit het segment Integrale Ambulante Jeugdhulp;
- - Verschuiving van ondersteuning vanuit het segment Hoog Complex Weinig Voorkomend met Verblijf naar Gezins- en Woonvormen en Integrale Ambulante Jeugdhulp;
- - Ondersteuning vindt plaats in de omgeving van het kind (gezin, school, woonplaats, regio);
- - Uithuisplaatsingen en overplaatsingen worden zoveel mogelijk voorkomen;
- - Crisissituaties worden voorkomen.
- - Jeugdigen groeien op tot zelfstandige volwassenen. Minder kinderen met jeugdhulp stromen door naar voorzieningen voor volwassenen (ondersteuning, beschermd wonen, uitkering).
- - Continuïteit van hulpverlening voor jongeren die nog ondersteuning nodig hebben na hun 18e (of 21e) is geborgd.
Het perceel Jeugd bestaat uit de volgende segmenten:
- - Integrale Ambulante Jeugdhulp,
- - Gezins- en Woonwormen
- - Hoog Complex Weinig Voorkomend Met Verblijf.
Daarnaast kent elk segment nog sub-segmenten.