Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2

Artikel 4.2.1

Doorkruising privaat- en publiekrecht

Onderdeel van Uitgifteprotocol

Een belangrijke voorwaarde is dat met het stellen van voorwaarden en eisen (criteria) de publiekrechtelijke kaders niet worden doorkruist. Van een onaanvaardbare doorkruising kan sprake zijn als aan het overheidslichaam bij publiekrechtelijke regeling bepaalde bevoegdheden ter behartiging van zekere belangen zijn toegekend en het overheidslichaam deze belangen langs privaatrechtelijke weg wil bereiken. Zo is in de Woningwet (artikel 122 Wonw) bepaald dat de gemeente geen rechtshandelingen naar burgerlijk recht kan verrichten ten aanzien van de onderwerpen waarin bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur is voorzien of die met betrekking tot het bouwen bij of krachtens de Wabo zijn geregeld. Het gaat dan bijvoorbeeld om het stellen van eisen die verder gaan dan in het Bouwbesluit zijn opgenomen. Het ligt voor de hand dat de gemeente kan verlangen dat de koper zich houdt aan de publiekrechtelijke kaders en de ruimtelijke plannen die gelden voor de uit te geven locatie (zoals een percentage minimaal te realiseren sociale huurwoningen). Bij het stellen van criteria moet de gemeente dus rekening houden met het feit dat ze niet verder kan gaan dan hetgeen publiekrechtelijk is toegestaan. Hierbij dient echter wel rekenschap te worden gehouden met het feit dat de gemeente een plan in de markt kan uitzetten waarbij ze bijvoorbeeld bepaalde duurzaamheidseisen wenst te realiseren of bijvoorbeeld NOM-woningen. In dat geval vraagt ze aan partijen om met in achtneming van de gestelde eisen een bieding te doen. Het staat partijen vrij om dan een bieding te doen op basis van vrijwilligheid. In dit geval ligt het niet voor de hand dat hiermee er sprake is van de doorkruisingsleer.

Rechtspraak bij dit artikel