Naar hoofdinhoud
3.1 Gebruik Bewoning van de mantelzorgwoning kan plaatsvinden onder de volgende voorwaarden: bewoning door maximaal twee personen; enkel de begane grondvloer mag worden gebruikt als leefruimte. Een eventuele zoldervloer mag enkel worden gebruikt als opslagruimte; uit een sociaal-medisch advies blijkt dat sprake is van een pré-mantelzorgsituatie waarbij aannemelijk is dat die binnen een termijn van 10 jaar een intensieve(re) vorm aanneemt; de bewoners worden op het adres van de mantelzorgwoning ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). 3.2 Bouwwerk Het bouwwerk dat wordt gebruikt voor bewoning in het kader van mantelzorg dient te voldoen aan de volgende voorwaarden: de mantelzorgwoning wordt gerealiseerd als zelfstandige wooneenheid binnen de bestaande bebouwing, nieuw op te richten bebouwing of in een woonunit; het moet in beginsel gaan om een nultreden-woning en passend zijn bij de zorgbehoefte; om voor de toekomst duidelijk te houden dat het een tijdelijke situatie betreft zal een eigen huisnummer worden toegekend met de nadere aanduiding mantelzorgwoning; een mantelzorgwoning moet voldoen aan de bepalingen uit het Bouwbesluit; de mantelzorgwoning moet worden geplaatst op de gronden die horen bij de bestaande hoofdwoning van de toekomstige zorgverlener of toekomstige zorgontvanger; per hoofdwoning mag maximaal één mantelzorgwoning gerealiseerd worden; het mag geen reguliere woningsplitsing of andersoortige toevoeging van een zelfstandige woonruimte betreffen, zoals particuliere verhuur. de oppervlakte van een mantelzorgwoning mag maximaal 100 m² bedragen, mits niet meer dan 50% van het zij- en achtererf wordt bebouwd; indien de mantelzorgwoning hoger dan 3m wordt dient deze voorzien te zijn van een schuin dak waarbij; de dakvoet niet hoger dan 3m, de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, de hoogte van de daknok niet meer is dan 5m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3; de ligging van een verblijfsgebied als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012, in geval van meer dan een bouwlaag is uitsluitend gelegen op de eerste bouwlaag; de mantelzorgwoning wordt niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte, 3.3 Algemeen Voor nieuw op te richten bebouwing of een woonunit moet uit de aanvraag blijken dat de mantelzorgwoning wordt ingepast in het bestaande erfensemble, met inachtneming van de volgende randvoorwaarden: de mantelzorgwoning moet ondergeschikt zijn aan de hoofdwoning; de positionering van de mantelzorgwoning moet aan de volgende criteria voldoen: achter de voorgevelrooilijn van de hoofdwoning; een afstand van maximaal 30 meter van de hoofdwoning; op een afstand van de perceelsgrens (zijdelingse en achter) van tenminste 1 meter; of bij ramen aan de zijde van de perceelsgrenzen minimaal 2 meter; de mantelzorgwoning moet voldoen aan redelijke eisen van welstand. Materiaal en kleurstelling moeten passend zijn en ondergeschikt zijn aan de hoofdwoning. Bij voorkeur worden natuurlijke materialen en kleuren toegepast. 3.4 Aanvullende voorwaarden buitengebied Aanvullend voor het realiseren van een mantelzorgwoning in het buitengebied gelden de randvoorwaarden zoals opgenomen in het bestemmingsplan “Buitengebied Zwartewaterland”. Uit het plan moet blijken dat: geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de ervenstructuur; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de parkeergelegenheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de natuur- en landschapswaarden van het buitengebied; de waterhuishouding; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. geen sprake is van significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van de betrokken Natura 2000-gebieden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel