• - In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
    • - bijzondere bijstand: bijstand als bedoeld artikel 35 van de wet;
    • - college: het college van burgemeester en wethouders;
    • - draagkracht: het deel van het inkomen en/of vermogen dat belanghebbende moet aanwenden om zelf in de kosten te voorzien;
    • - draagkrachtinkomen: het inkomen, zoals dat geldt voor de algemene bijstand, dat hoger is dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm;
    • - draagkrachtvermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet dat hoger is dan de volgens artikel 34, derde lid genoemde vermogensgrenzen;
    • - inkomen: het inkomen zoals bedoeld in de artikelen 31 tot en met 33 van de wet;
    • - kinderopvangtoeslag: toeslag die aangevraagd wordt bij en uitgevoerd wordt door de Belastingdienst/Toeslagen;
    • - tegemoetkoming: tegemoetkoming in de kosten voor kinderopvang die kan worden aangevraagd bij het college;
    • - voorliggende voorziening: een voorziening als bedoeld in artikel 5, onder e, van de wet;
    • - wet: Participatiewet.
  • - Voor zover niet anders is bepaald worden begrippen in deze beleidsregels gebruikt in dezelfde betekenis als in de wet en de Algemene wet bestuursrecht.