Algemeen
De realisatie van de (pré)mantelzorgwoning kan op verschillende planologische manieren plaatsvinden. Het kan vergunningsvrij zijn of er moet juist wel een omgevingsvergunning voor het afwijken van het omgevingsplan aangevraagd worden. Afhankelijk van de omstandigheden van het specifieke geval kan worden beoordeeld welke route moet worden bewandeld.
Na afloop van de persoonsgebonden omgevingsvergunning (als bedoeld onder de onderdelen B, eerste lid en C, eerste lid van dit artikel) dient de (pré)mantelzorgwoning binnen 6 maanden verwijderd te worden indien deze als vrijstaande unit is gerealiseerd. Is voor de (pre)mantelzorgwoning gebruik gemaakt van bestaande bebouwing dient de bewoning gestaakt te worden en teruggebracht te worden naar de vorige functie.
Het gestelde in het tweede lid is niet van toepassing indien binnen 6 maanden na afloop van de persoonsgebonden omgevingsvergunning (als bedoeld onder de onderdelen B, eerste lid en C, eerste lid van dit artikel) opnieuw een aanvraag is ingediend waar positief op wordt beschikt. Bij voortzetting van een prémantelzorgwoning als mantelzorgwoning dient eveneens een nieuwe persoonsgebonden vergunning aangevraagd te worden. Het bevoegd gezag zal daarbij beoordelen of het verzoek voldoet aan de geldende eisen voor mantelzorg.
Prémantelzorg
De omgevingsvergunning voor een prémantelzorgwoning wordt in de vorm van een persoonsgebonden beschikking op naam van de (potentiële) mantelzorgontvangers verleend. Deze vergunning geldt voor de duur van 10 jaar na verlening.
De vergunning voor een prémantelzorgwoning vervalt eerder dan de termijn in het eerste lid in het geval;
alle bewoner (s) van de prémantelzorgwoning verhuizen of komen te overlijden;
alle bewoners van de hoofdwoning verhuizen of komen te overlijden.
De ondertekenaars van de intentieverklaring dienen binnen 1 maand na verhuizing of overlijden als bedoeld in het tweede lid hierover de gemeente te informeren.
Mantelzorg
De omgevingsvergunning voor een mantelzorgwoning wordt in de vorm van een persoonsgebonden beschikking op naam van de mantelzorgontvanger(s) verleend.
De vergunning voor een mantelzorgwoning vervalt in het geval;
de mantelzorgontvanger(s) verhuist of komt te overlijden;
alle bewoners van de hoofdwoning verhuizen of komen te overlijden.
De bewoner(s) van de hoofdwoning dienen binnen 1 maand na verhuizing of overlijden als bedoeld in het tweede lid hierover de gemeente te informeren.
Artikel 3
De vergunning
Onderdeel van Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oost Gelre over (pré)mantelzorg 2024