Naar hoofdinhoud
Algemeen Er dient sprake te zijn van een sociale relatie tussen de bewoner(s) van de (pré)mantelzorgwoning en de hoofdwoning op het perceel. Dit is een voorwaarde voor het verlenen van de vergunning. De bewoners van de (pré)mantelzorgwoning worden op het adres van die woning ingeschreven in de Basis Registratie Personen (BRP) en krijgen een ‘eigen huisnummer’, gebaseerd op het huisnummer van de hoofdwoning, aangevuld door de toevoeging ‘m01’. De (pré)mantelzorgwoning wordt gerealiseerd als zelfstandige wooneenheid binnen de bestaande bebouwing of in een woonunit. Een (pré)mantelzorgwoning dient te voldoen aan de bepalingen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving ten aanzien van permanente gebouwen en dient qua uitstraling passend te zijn in de omgeving, zulks ter beoordeling aan het bevoegd gezag. Ten aanzien van de (pré)mantelzorgwoning gelden de volgende eisen aan maatvoering en situering: de oppervlakte van een (pré)mantelzorgwoning mag maximaal 100 m² bedragen met dien verstande dat bij permanente bebouwing de maximale oppervlakte zoals opgenomen in het omgevingsplan niet overschreden mag worden; een (pré)mantelzorgwoning mag maximaal bestaan uit 1 bouwlaag en dient op de begane grond gesitueerd te zijn; een (pré)mantelzorgwoning heeft een maximale goothoogte van 3,50 meter en een nokhoogte van 5 meter (indien niet in bestaande bebouwing gerealiseerd), conform de meet- en rekenbepalingen van het geldende (tijdelijke) omgevingsplan; de maximale afstand tussen hoofdwoning en (pré)mantelzorgwoning bedraagt: 25 meter, bij uitzonderingen kan er maatwerk toegepast worden; de (pré)mantelzorgwoning wordt geplaatst op minimaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn van de bestaande hoofdwoning en op een afstand van de perceelsgrens (zijdelingse en achter) van tenminste 1 meter of, bij ramen aan de zijde van de perceelsgrenzen, minimaal 2 meter. Bij hoekpercelen of andere bijzondere situaties kan maatwerk geleverd worden; de (pré)mantelzorgwoning moet worden geplaatst op de gronden die horen bij de bestaande hoofdwoning van de toekomstige zorgverlener. De (pré)mantelzorgwoning mag uitsluitend geplaatst worden op gronden waar de woonfunctie is toegestaan, al dan niet in de vorm van een bedrijfswoning. De (pré)mantelzorgwoning is levensloopbestendig in de vorm van een nul-tredenwoning en kan op basis van geringe aanpassingen geschikt worden gemaakt aan de ontstane of gewijzigde zorgbehoefte op termijn. Per hoofdwoning mag maximaal één (pré)mantelzorgwoning gerealiseerd worden. Er mogen geen milieubelemmeringen aanwezig zijn ten aanzien van het plaatsen van de (pré)mantelzorgwoning , alsook ten aanzien van de situering hiervan. Ook de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven mag niet worden beperkt. Het gebruik van de (pré)mantelzorgwoning mag niet leiden tot overlast voor de openbare veiligheid, de openbare gezondheid, het woonmilieu, onevenredige afbreuk doen aan het (woon)karakter van de wijk of buurt en/of onevenredig afbreuk doen aan erfgoedwaarden, waardoor geen sprake is van een veilige fysieke leefomgeving en/of goede ruimtelijke ordening. Parkeren moet plaatsvinden op eigen terrein voor wat betreft de toegenomen parkeerbehoefte door het plaatsen van de (pré)mantelzorgwoning, tenzij aangetoond kan worden dat het niet tot een toename leidt. Hemelwater van het bouwoppervlak van de (pré)mantelzorgwoning en nieuwe verharding worden op eigen terrein geïnfiltreerd. Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient een verslag van een omgevingsgesprek gevoegd te zijn. Het doel van dit omgevingsgesprek is het informeren van de buurt over de plannen en de buurt krijgt de mogelijkheid mee te denken over verbetering van het plan. De omgevingsvergunningsaanvraag bevat een verslag met daarin de resultaten van het omgevingsgesprek. Het verslag bevat hoe er invulling is gegeven aan het omgevingsgesprek en wat hier de resultaten van zijn. Door alle deelnemers wordt aangegeven of ze akkoord zijn met het verslag. De kosten die met het realiseren/plaatsen/aanpassen van een (pré)mantelzorgwoning zijn voor initiatiefnemer zelf. Deze kosten vergoedt de gemeente uit de Wmo niet. De kosten voor het afbreken van de woning/unit na einde gebruik of na handhavend optreden worden tevens gedragen door de initiatiefnemer/vergunninghouder. Prémantelzorg Bewoning van de prémantelzorgwoning is toegestaan door maximaal twee personen waarvan tenminste 1 persoon de leeftijd van 67 jaar heeft bereikt. Dit is een voorwaarde voor het verlenen van de vergunning. Er is geen mantelzorgverklaring vereist – wel moet er een intentieverklaring ondertekend worden waarbij de bewoner(s) van de hoofdwoning bewust is / zijn van de toekomstige mantelzorgtaken en welwillend tegenover de uitvoering staat / staan. Uit de intentieverklaring blijkt dat de toekomstige mantelzorgers deze zorg zullen verlenen zodra en zolang dat nodig is. Daarnaast wordt deze verklaring door alle, op het moment van aanvraag, meerderjarige bewoners van de hoofdwoning ondertekend waarmee zij aangeven in te stemmen met de prémantelzorgwoning. Ook de toekomstige bewoners van de prémantelzorgwoning dienen de intentieverklaring te ondertekenen. Bij deze verklaring dient tevens de sociale relatie tussen de bewoners van de hoofdwoning en de prémantelzorgwoning aangetoond te worden. Gezien het tijdelijke karakter valt de prémantelzorgwoning niet onder de OZB heffing maar wel onder de overige gemeentelijke belastingen en heffingen die passen bij een zelfstandige woning.1 Volgens de Waarderingskamer valt de mantelzorgwoning onder het regime van de hoofdwoning en heeft nauwelijks toegevoegde waarde door het tijdelijke karakter. De woning vraagt wel om overige voorzieningen zoals huisvuil, schoon water riool etc. en valt daarmee wel onder de gemeentelijke heffingen. Mantelzorg Bewoning van de mantelzorgwoning is toegestaan door maximaal twee personen waarvan tenminste 1 persoon in aanmerking komt voor mantelzorg. Dit is een voorwaarde voor het verlenen van de vergunning. Voor het verkrijgen van een vergunning is een mantelzorgverklaring vereist.

Rechtspraak bij dit artikel