Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

Regels voor een pgb

Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE DE FRYSKE MARREN 2024

Het college geeft geen pgb in de volgende situaties: als het om hulp gaat die met spoed nodig is; voor dagbesteding en specialistische individuele begeleiding die door informele hulp wordt gegeven. Deze twee voorzieningen kunnen alleen door een zorgaanbieder worden gegeven; als de cliënt in de afgelopen drie jaar al een pgb heeft gekregen en niet heeft voldaan aan de pgb-voorwaarden; als de aanvraag gaat over kosten die de cliënt al heeft gemaakt voordat de aanvraag werd ingediend, en het niet duidelijk is of die kosten echt noodzakelijk waren. De cliënt of zijn/haar pgb-vertegenwoordiger moet weten welke zorg nodig is en hij/zij kan goede afspraken maken met de zorgverlener. Als de cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en zelf de ondersteuning wil regelen met een pgb, controleert het college of dit volgens de regels kan (zoals in artikel 2.3.6, lid 2 van de Wmo). De cliënt moet dan een budgetplan maken. In dat plan staat in ieder geval: hoe de cliënt zelf of met hulp van anderen de taken van een pgb op een goede manier gaat uitvoeren; waarom de cliënt een pgb wil voor de maatwerkvoorziening; welke hulp de cliënt wil inkopen en bij welke zorgaanbieder; hoe de kwaliteit van de hulp goed wordt gecontroleerd en past bij waar het pgb voor bedoeld is; hoeveel de hulp kost, in omvang en bedragen. Het pgb mag niet gebruikt worden voor: kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; extra zorgkosten; kosten voor het bijhouden van de pgb-administratie; kosten voor hulp bij het aanvragen en beheren van een pgb; kosten voor speciale uitkeringen, zoals bij feestdagen. Het pgb heeft geen deel dat vrij te besteden is. Het pgb is niet een vast bedrag per periode. Een eenmalige uitkering bij het stoppen van een pgb na iemands overlijden kan, als: er een dag voor het overlijden een geldige overeenkomst is met de zorgverlener; de uitkering binnen het budget past; de uitkering niet voor zorginstellingen of zorgverleners is die voor een zorginstelling werken; de hoogte van het bedrag niet meer is dan het gemiddelde bedrag van de afgelopen 3 maanden; de duur van de uitkering niet langer is dan 1 maand. Het college kan aan de Sociale Verzekeringsbank vragen om betalingen uit het pgb voor maximaal dertien weken (voor een deel) stop te zetten, als het duidelijk is dat de cliënt het pgb anders onterecht gebruikt. Als de cliënt wil dat iemand anders het pgb beheert, mag die persoon niet tegelijk de zorgverlener van de cliënt zijn, tenzij het college hiermee akkoord gaat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel