Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.7

Artikel 7.7.3

Aanvulling alleenstaande ouder

Onderdeel van Beleidsregels sociaal domein Olst-Wijhe Januari 2024

1.. Voor een alleenstaande ouder geldt dezelfde bijstandsnorm als voor een alleenstaande. In een aantal situaties is in verband met het mislopen van de alleenstaande ouderkop het verlenen van een aanvulling alleenstaande ouder aan de orde. 2.. Daar is in ieder geval sprake van in de volgende gevallen: Het gaat om een echtpaar waarvan één partner niet rechtmatig in Nederland verblijft. De aanvulling alleenstaande ouder wordt niet ontvangen omdat het partnerbegrip voor het extra kindgebonden budget anders is dan voor de uitkering. Hiervan kan sprake zijn als de partner in detentie is of in het buitenland verblijft. 3.. De kosten voor het levensonderhoud van de alleenstaande ouder worden gelijkgesteld met de norm voor een alleenstaande of alleenstaande ouder, artikel 21 onder a Participatiewet, aangevuld met de alleenstaande ouderkop die geldt als belanghebbende geen toeslagpartner heeft. De bijzondere bijstand wordt vastgesteld op het verschil tussen het inkomen van de alleenstaande ouder en de toepasselijke bijstandsnorm. 4.. In een aantal situaties is het mogelijk bij de Belastingdienst door te geven dat er geen partner is. Het gaat dan om een echtscheiding of scheiding van tafel en bed. De inwoner komt alleen in aanmerking voor de alleenstaande ouderkop als er een echtscheiding of een scheiding van tafel en bed is aangevraagd. Ook moet er nog voor worden gezorgd dat de ex-partner niet op hetzelfde adres woont en ook niet voorkomt in de BRP (basisregistratie personen) en dus wordt uitgeschreven van het adres van de alleenstaande ouder. 5.. De inwoner moet kijken naar de mogelijkheden die er zijn om voor de alleenstaande ouderkop in aanmerking te komen. Dit staat in de artikelen 15 en 55 van de Participatiewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel