Bijzondere bijstand voor de huur is niet mogelijk, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Bijstand voor woonkosten heet woonkostentoeslag.
Als de inwoner geen huurtoeslag krijgt omdat de huur te hoog is, kan er ook een bijzondere situatie zijn. De medewerker bespreekt met de inwoner de oorzaak van de hoge woonlasten en de mogelijkheden om goedkopere woonruimte te zoeken en te verhuizen.
De woonkostentoeslag wordt als volgt berekend:
Welke huurtoeslag zou de inwoner maximaal kunnen krijgen voor deze woning?
Hoeveel hoger is de huur dan de maximale huurgrens voor de betreffende woning in de situatie van de inwoner?
De woonkosten bestaan uit de ‘kale’ huur. Dat is de huur die voor de huurtoeslag meetelt. Daarnaast kunnen de servicekosten worden meegenomen. Het gaat om de servicekosten waarvoor huurtoeslag kan worden verstrekt. Zie ook: www.toeslagen.nl. De woonkostentoeslag wordt uitbetaald voor een afgebakende periode (in principe maximaal één jaar).
De inwoner zet zich in om goedkopere woonruimte te zoeken.
Voor de huur van een kamer of voor kostgeld wordt in principe geen bijzondere bijstand gegeven.
Voor de huur van een woonwagen is wel bijstand mogelijk.
Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.7
Artikel 7.7.4
Woonkostentoeslag bij een huurwoning
Onderdeel van Beleidsregels sociaal domein Olst-Wijhe Januari 2024