Naar hoofdinhoud

Artikel 14

Aanvullende toetsingscriteria huisvestingscategorie 2

Onderdeel van Beleidsregel huisvesting arbeidsmigranten landelijk gebied Noordoostpolder

Alle binnengekomen aanvragen moeten minimaal aan de Algemene Toetsingscriteria (artikel 5) en de aanvullende toetsingscriteria van dit artikel voldoen. Van huisvestingcategorie 2 mogen er binnen gemeente Noordoostpolder maximaal twaalf worden gerealiseerd; Huisvesting vindt plaats op een solitair erf in het landelijk gebied. In het glastuinbouwgebied geldt dat voor huisvesting ten behoeve van het eigen bedrijf dit ook mogelijk is buiten het erf, mits aanvrager kan aantonen dat de huisvesting noodzakelijk is voor het eigen bedrijf (artikel 6); dit milieutechnisch inpasbaar is; dit landschappelijk goed inpasbaar is; het goede woon- en leefklimaat van de arbeidsmigranten en omwonenden geborgd is. Huisvesting wordt zoveel mogelijk in bestaande bebouwing gerealiseerd; Binnen een straal van 750 meter van een bestaande huisvestingscategorie 2 of 3 wordt geen nieuwe huisvestingscategorie 2 gerealiseerd. In het glastuinbouwgebied geldt deze regel niet voor huisvesting ten behoeve van eigen personeel voor het eigen bedrijf (zie artikel 6); Huisvestingscategorie 2 wordt niet gerealiseerd binnen een straal van 400 meter van een huisvestingscategorie 1; Op een solitair erf dat wordt gebruikt voor huisvestingscategorie 2 vinden geen andere bedrijfsmatige activiteiten plaats; Bij ligging aan een erftoegangsweg: blijkt dat de weg een categorie ETW-II weg is zoals vastgesteld in het Mobiliteitsplan 2030, dan wordt er gekeken welke maatregelen nodig zijn. Dit doet de aanvrager in overleg met de gemeente. Eventuele opwaarderingskosten of te nemen maatregelen zijn voor de aanvrager; Bij ligging aan een gebiedsontsluitingsweg: als de locatie aan een provinciale gebiedsontsluitingsweg ligt, stemt aanvrager zijn initiatief af met Provincie Flevoland. Eventuele opwaarderingskosten zijn voor de aanvrager; Huisvesting vindt enkel plaats indien de afvoer van afvalwater voldoet. Afhankelijk van het aantal huisvestingsplaatsen, is aanleg van en aansluiting op riolering verplicht. Aanvrager gaat hiervoor in overleg met de gemeente. Eventuele opwaarderingskosten zijn voor de aanvrager; Voor de realisatie van de huisvesting sluit de aanvrager een exploitatieovereenkomst met de gemeente. In deze overeenkomst worden afspraken gemaakt over het te realiseren initiatief en daarmee samenhangende kosten zoals bijvoorbeeld voor riolering en weginfrastructuur. Eventuele planschade wordt verhaald op de aanvrager; Het bevoegd gezag toetst de aanvragen aan de Wet Bibob. Daartoe levert de aanvrager bij elke aanvraag een volledig ingevuld Bibob formulier aan. In geval van ‘ernstig gevaar’ (in de zin van artikel 3 van de Wet Bibob) wordt de aanvraag geweigerd, ongeacht de behaalde puntenscore (zie Artikel 13c3).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel