1.. De cliënt verschaft het college, voor of tijdens het gesprek, alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en die hij redelijkerwijs kan verkrijgen.

2.. Bij het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2 eerste lid van de wet, stelt het college de identiteit vast aan de hand van een geldig identiteitsbewijs.