De eigen kracht vormt een belangrijk onderdeel van de beoordeling of de inwoner is aangewezen op een maatwerkvoorziening. De inwoner wordt geacht waar mogelijk zelf de regie te voeren en eigen mogelijkheden te benutten. Zo zou iemand bijvoorbeeld maatschappelijk nuttige activiteiten kunnen verrichten om zijn participatieprobleem aan te pakken. Het verrichten van dergelijke activiteiten is echter niet verplicht. Onder eigen kracht kan ook letterlijk de eigen kracht worden verstaan. Denk bijvoorbeeld aan het in staat zijn om bepaalde huishoudelijke taken (deels) zelf uit te voeren. Daarbij zal het college bijvoorbeeld rekening kunnen houden met een (rustiger) tempo waarbinnen dat gebeurt maar ook met redelijkerwijs in acht te nemen leefregels waardoor de huishoudelijke taken verspreid over de week kunnen worden uitgevoerd (CRVB:2022:308, CRVB:2021:583). Hierbij behoort ook dat hij of zij een beroep doet op familie en vrienden – zijn eigen sociale netwerk – alvorens hij of zij bij de gemeente aanklopt voor hulp. Het is immers de verwachting dat mensen iets doen voor hun partner, familielid of goede vriend als die niet geheel op eigen kracht kan deelnemen aan de samenleving.

In het gesprek dat met de inwoner wordt gevoerd gaat het om een open en verkennende zoektocht. De situatie van de inwoner en de achtergrond van de hulpvraag wordt in beeld gebracht aan de hand van de onderwerpen zoals in paragraaf 2.3 beschreven. De regisseur stelt de eigen mogelijkheden- eigen kracht en eigen netwerk van de inwoner vast. Het ondersteunen vanuit het sociaal netwerk of het daadwerkelijk accepteren van ondersteuning vanuit het netwerk is geen verplichting. Als een inwoner hier geen gebruik van wil of kan maken dient dit wel gemotiveerd te worden.