Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van het probleem, wordt er gekeken naar een individuele maatwerkvoorziening. Voor de onderbouwing van de maatwerkvoorziening begeleiding, maken we gebruik van het indicatieprotocol begeleiding, indiceren in uren/dagdelen versie 1.0, 6 januari 2022.

Individuele begeleiding

Het doel van individuele begeleiding is bevordering, behoud of compensatie van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie zodat opname in een instelling of verwaarlozing of achteruitgang wordt voorkomen. De begeleiding kan ook worden ingezet ter ontlasting van mantelzorgers.

Het accent ligt op het eigen maken van vaardigheden of nieuw gedrag door langdurig oefenen en trainen zodat deze vaardigheden of nieuw gedrag eigen gemaakt worden bij de inwoner.

Voorbeelden:

  • - Begeleiding bij algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL), eigen huishouden voeren, eigen administratie bijhouden;
  • - Structureren van de dag;
  • - Inzicht geven in eigen situatie en/of problematiek;
  • - Activeren;
  • - Aanleren en inslijten nieuwe vaardigheden;
  • - Vergroten van het netwerk;
  • - Voorkomen van vereenzaming;
  • - Spiegelen;
  • - Levensloopbegeleiding.

Wanneer bepaald is dat inzet van individuele begeleiding noodzakelijk is volgt de volgende stap: het bepalen van het product. Er zijn 3 producten individuele begeleiding waarbij de mate van deskundigheid, specialisatie en complexiteit toeneemt van product Begeleiding 1 (coachen en stimuleren), Begeleiding 2 (meehelpen met de handen op de rug) tot Begeleiding 3 (regisseren en samen doen).

Dagbesteding

Dagbesteding is een vorm van begeleiding die wordt ingezet als maatwerkvoorziening in groepsverband. Er is behoefte aan een zinvolle dagbesteding. Deze kan ontstaan vanuit een beperkte dagstructuur, maar ook vanuit overbelasting van de mantelzorgers/het sociaal netwerk. De focus is gericht op het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid en maatschappelijke deelname/participatie. Er wordt voorzien in een zinvolle dagbesteding die niet is gericht op uitstroom naar (betaald of vrijwilligers-) werk. Dagbesteding biedt structuur en passende activiteiten voor de dag.

Passende dagbesteding wordt zo dicht mogelijk bij de inwoner georganiseerd. Bij dagbesteding wordt gewerkt met dagdelen van drie uur waarbij de inwoner daadwerkelijk op locatie aanwezig is. Er wordt gestreefd naar passende dagbesteding op maximaal 10 km reisafstand vanaf het woonadres van de inwoner.

Wanneer bepaald is dat dagbesteding als ondersteuningsvorm passend is, moet er een keuze gemaakt worden uit twee producten (D1 of D2). Beide producten zijn gericht op het bieden van een dagstructuur en/of het ontlasten van mantelzorgers met als uiteindelijk doel het bevorderen/behouden/compenseren van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Ook op het gebied van dagbesteding wordt er eerst ‘getrechterd’ om te bekijken of reguliere activiteiten vanuit het voorliggende veld adequaat en passend zouden kunnen zijn.

In de basis wordt uitgegaan van inzet van dagbesteding 1. Bij dagbesteding 2 is er sprake van meer specialistische begeleiding, een intensievere ondersteuningsbehoefte en meer individuele aandacht voor de inwoner. Daarbij hoort een doelgroep waarbij sprake is van complexe gedragsproblematiek of sociaal gedrag die meer aandacht en specialistische ondersteuning vraagt.

Groepsbegeleiding

Bij het inzetten van groepsbegeleiding (G1) dient er gewerkt te worden aan dezelfde doelen zoals vastgesteld bij de indicatie voor individuele begeleiding van de betreffende inwoner. Het is mogelijk dat een inwoner zowel groepsbegeleiding krijgt als individuele begeleiding. De aanbieder overlegt samen met de inwoner of groepsbegeleiding effectief is. Groepsbegeleiding valt binnen de totaal geïndiceerde tijd voor begeleiding (individueel en groep) van een inwoner. Het is ook mogelijk om alleen groepsbegeleiding te indiceren.

Het is toegestaan om groepsbegeleiding te combineren met dagbesteding. Vaak zal het dan gaan om inwonersituaties waarbij er geen relatie is tussen de doelen van groepsbegeleiding en de doelen van dagbesteding.

Nadat de keuze voor individuele begeleiding, groepsbegeleiding of dagbesteding is bepaald, wordt gekeken hoeveel daarvan (in minuten/dagdelen) geïndiceerd dient te worden en voor welke periode. Ook wordt bepaald of vervoer van en naar de locatie waar dagbesteding wordt aangeboden nodig is. Zie bijlage 2 voor het uitgebreide protocol om de maatwerkvoorziening begeleiding te indiceren.