Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 5.

Benoeming schaduw-raadsleden

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies Veenendaal

1.. Elke fractie, als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Veenendaal, kan de raad voorstellen ten hoogste drie personen, die geen lid van de raad zijn, te benoemen tot schaduw-raadslid. 2.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen raadsleden die zich gedurende een raadsperiode hebben afgesplitst van een fractie, en die als een zelfstandige fractie gaan optreden, geen voorstel bij de raad doen voor het benoemen van schaduw-raadsleden gedurende die raadsperiode. 3.. De artikelen 10 tot en met 15 van de Gemeentewet zijn op deze schaduw-raadsleden van overeenkomstige toepassing. 4.. Voor benoeming tot schaduw-raadslid komen in aanmerking: personen die voorkomen op een geldig verklaarde lijst van kandidaten voor de laatstgehouden raadsverkiezingen van de fractie die het schaduw-raadslid voordraagt ter benoeming; of personen die in een gezamenlijk schrijven van het (plaatselijk) afdelingsbestuur en de fractievoorzitter van de desbetreffende partij dan wel fractie ter benoeming als schaduw-raadslid worden voorgedragen. 5.. Bij benoeming van schaduw-raadsleden onderzoekt de in artikel 5, eerste lid, van het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Veenendaal, bedoelde commissie de geloofsbrieven van de voor benoeming voorgedragen schaduw-raadsleden waarbij zij de artikelen 10, 11, 13 en 15 van de Gemeentewet betrekt. 6.. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad waarbij ook melding wordt gemaakt van een minderheidsstandpunt. 7.. Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de schaduw-raadsleden in de vergadering van de raad, in handen van de voorzitter van de raad, naar analogie van artikel 14 van de Gemeentewet de eed (verklaring en belofte) af.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel