Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 6.

Zittingsduur

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies Veenendaal

1.. De zittingsperiode van een lid eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2.. Een lid houdt op lid te zijn als deze geen (schaduw)raadslid meer is. 3.. De raad kan een schaduw-raadslid ontslaan op voorstel van de fractie die het schaduw-raadslid voor benoeming heeft voorgedragen. 4.. Een schaduw-raadslid kan te allen tijde ontslag nemen. Het schaduw-raadslid doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. 5.. Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van de schaduw-raadsleden die op voordracht van die fractie zijn benoemd van rechtswege.

Rechtspraak bij dit artikel