Naar hoofdinhoud
Ten aanzien van het al dan niet verlenen van gemeentegarantie wordt de gemeente geadviseerd door een toegelaten bemiddelend orgaan. Ten einde het risico verbonden aan de gemeentegarantie in te perken, zijn de laatste jaren de toetsingsnormen van de gezamenlijke Bemiddelende Organen verscherpt en ook nu nog voortdurend in beweging. Het hanteren van aanvullende toetsingscriteria door gemeenten, welke leiden tot het elimineren van het risico dat verbonden is met het instrument van de gemeentegarantie, acht de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer niet in overeenstemming met het streven het eigen woningbezit gelijkelijk te bevorderen. Zonder het risico voor de gemeente te willen elimineren, zo dat al in alle gevallen mogelijk zou zijn, is het gelet op de plaatselijke omstandigheden noodzakelijk als aanvulling op de landelijke regeling voorwaarden en bepalingen vast te stellen. Om bij de vaststelling van deze regels de actualiteit snel te kunnen volgen wordt met artikel 4 de bevoegdheid tot het vaststellen van deze nadere regels aan burgemeester en wethouders gegeven. De mogelijkheid om burgemeester en wethouders bevoegd te verklaren nadere regels te stellen wordt in artikel 169 van de gemeentewet gegeven. De raad dient echter in de verordening de onderwerpen aan te wijzen ten aanzien waarvan de bevoegdheid tot nadere regeling geldt. De aldus vastgestelde nadere regels vormen een integrerend bestanddeel van de verordening zelf. Dit houdt in dat ook het besluit tot vaststelling van nadere regels aan de goedkeuring van Gedeputeerde Staten is onderworpen.

Rechtspraak bij dit artikel