De regels in de Participatiewet voor het vaststellen van het vermogen gelden ook voor de bijzondere bijstand. Als de inwoner (en zijn gezin) een vermogen heeft dat niet hoger is dan de bedragen uit artikel 34 lid 3 van de wet, hoeft de inwoner uit zijn vermogen niets bij te dragen aan de kosten, tenzij er in deze beleidsregels iets anders is geregeld. Is het vermogen hoger dan die bedragen uit de wet, dan telt het vermogen boven die grens volledig mee als draagkracht.
Bijzondere situaties
Soms gelden er andere regels voor het vermogen:
1. De waarde van een eigen woning telt niet mee, als de inwoner en zijn gezin die woning zelf bewoont;
2. De waarde van een auto/motor telt niet mee, als de inwoner het voertuig nodig heeft voor werk of vanwege een handicap;
3. De waarde van een voertuig telt ook niet mee, als het voertuig ouder is dan 8 jaar, tenzij het om een zogenoemde klassieker ( 40 jaar of ouder) gaat.