Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Woensdrecht 2024

Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel een maatwerkvoorziening middels pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, In afwijking van het eerste lid van dit artikel is geen bijdrage verschuldigd voor rolstoelvoorzieningen, (rolstoel)taxivervoer en alternatieve vervoersvoorzieningen. De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs van de maatwerkvoorziening(en), tot aan het bedrag als bedoeld in artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet per bijdrageperiode voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4, derde lid, van de wet maatschappelijke ondersteuning 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. De kostprijs van: a. een maatwerkvoorziening welke wordt verstrekt in natura: wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de leverancier of aanbieder; b. een maatwerkvoorziening welke wordt verstrekt middels een pgb: is gelijk aan de hoogte van het pgb. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel