Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11

Artikel 47

Productcategorieën en doelgroepen

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Woensdrecht 2024

Onder vervoersvoorzieningen vallen diverse producten. (Rolstoel)taxivervoer Het (rolstoel)taxivervoer wordt uitgevoerd in de vorm van Kleinschalig Collectief Vervoer (KCV) , ook wel ‘Deeltaxi’ genoemd. Het KCV is in de meeste gevallen een toepasselijke voorziening om aan de ondersteuningsbehoefte van een cliënt te voldoen. Een cliënt kan bij gebruik van het KCV op twee manieren worden begeleid: door een sociale begeleider; door een verplichte begeleider. De behoefte aan begeleiding vóór of na de rit is geen reden voor verplichte begeleiding in het kader van de Wmo. Wanneer de cliënt behoefte heeft aan een begeleider na de rit (bijvoorbeeld bij het winkelen), dan is het meenemen van deze zogenaamde sociale begeleider wel mogelijk.. Indien de cliënt een indicatie heeft voor verplichte begeleiding, is het de cliënt niet toegestaan om zonder begeleiding te reizen (dit zal worden geweigerd door de vervoerder). Er wordt in de tariefstelling onderscheid gemaakt voor een sociale en verplichte begeleider. Indien er een medisch onderbouwde reden is voor een contra-indicatie voor het KCV, kan het college een alternatieve vervoersvoorziening verstrekken. Als richtlijn kunnen onderstaande gevallen als contra-indicatie voor het KCV gezien worden: Sociaal storend gedrag (agressie, onrust, decorumverlies e.d.) dat niet door middel van persoonlijke begeleiding te corrigeren is. Dit betreft met name gevolgen van een handicap die voor medepassagiers storend is. Het betreft hier meer een sociaal-maatschappelijk probleem, met een zeer directe en aanwijsbare medische achtergrond. (Onbeheersbare) incontinentie voor faeces en/of geuroverlast door faeces of urine. Medicijngebruik direct noodzakelijk, toe te dienen door een derde. Aantoonbare fobische klachten die geen behandelingsoptie hebben. Infectiegevoeligheid indien samen reizen met meerdere personen extra infectiegevaar oplevert welke gezondheidsschade kunnen aanrichten. Aanpassing van de auto Een cliënt kan in aanmerking komen voor aanpassing van de auto indien KCV of een alternatieve vervoersvoorziening niet voldoende zijn om het gewenste resultaat te bereiken. In dat geval dient de cliënt of iemand in het huishouden over een geldig rijbewijs te beschikken. Het maakt niet uit of de cliënt zelf de auto bestuurt of als passagier wordt vervoerd met de auto. Een onderscheid wordt gemaakt tussen autofaciliteiten en autoaanpassingen. Autofaciliteiten zijn niet specifiek voor personen met een beperking ontwikkelde voorzieningen, die ook door personen zonder beperkingen worden aangeschaft. Autoaanpassingen zijn specifiek voor personen met een beperking ontwikkeld. Hulpmiddelen t.b.v. vervoer Er zijn diverse hulpmiddelen beschikbaar die een cliënt kunnen ondersteunen in het verplaatsen in zijn/haar directe leefomgeving. Voorbeelden zijn een scootmobiel of een fietsvoorziening.

Rechtspraak bij dit artikel