Algemene vervoersmiddelen
Bij de beoordeling van de aanspraak op een vervoersvoorziening wordt bezien of een algemeen gebruikelijk vervoersmiddel, zoals bijv. een fiets (met hulpmotor) of brommer, een adequaat vervoermiddel is voor de cliënt.
Ook wordt bij de beoordeling onderzocht of het reguliere Openbaar Vervoer (OV) kan worden gebruikt en of de client het OV te voet, per fiets of per bus kan bereiken.
De cliënt wordt in staat geacht om het openbaar vervoer te kunnen bereiken wanneer hij zelfstandig, al dan niet met hulpmiddelen en in een redelijk tempo, 800 meter kan lopen.
Vervoer in het kader van begeleiding groep
Dit vervoer maakt onderdeel uit van de indicatie voor begeleiding groep en wordt daarom niet als aparte vervoersvoorziening aangemerkt. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van dit vervoer ligt bij de professionele ondersteuningsverlener.
Bewoners Wlz-instelling
Voor het verstrekken van KCV wordt geen onderscheid gemaakt tussen bewoners in een Wlz-instelling en overige Wmo-doelgroepen.
Reikwijdte (rolstoel)taxi vervoer (CVV)
Met het CVV mag tegen een gereduceerd tarief naar een locatie worden gereisd die zich maximaal 25 kilometer (5 OV-zones) vanaf het woonadres bevindt. Na 25 kilometer geldt het doorreistarief. Als een cliënt verder van huis wil, dan is er Valys. Naast het Valys taxivervoer biedt Valys ook verschillende mogelijkheden om de taxi te combineren met de trein (met of zonder begeleiding).
Verzekering, onderhoud en reparatie, keuringskosten en kosten aanpassen rijbewijs bij autoaanpassingen
De kosten van verzekering van een auto, verzekering van de autoaanpassingen, motorrijtuigenbelasting, herstel van beschadigingen en reparatie komen niet voor vergoeding op grond van de Wmo in aanmerking. Onderhoud en reparatie van de in het kader van de Wmo aangebrachte autoaanpassingen worden wel vergoed. Dit zijn immers kosten die de cliënt niet zou hebben op het moment dat deze aanpassingen niet nodig zouden zijn geweest.
Onderhoud met betrekking tot niet Wmo gerelateerde zaken komt niet voor vergoeding vanuit de Wmo in aanmerking. Hier dient de cliënt zelf rekening mee te houden en van de cliënt wordt verwacht dat hij zelf voorziet in de kosten van onderhoud.
Indien de cliënt zelf rijdt, dient hij zelf (bij het CBR of de Afdeling burgerzaken van de gemeente) na te gaan in hoeverre de autoaanpassing leidt tot een aantekening op zijn rijbewijs. De kosten van het aanpassen van het rijbewijs zijn voor rekening van de cliënt.
Onderhoud, reparatie en verzekering hulpmiddel
Hulpmiddelen die door het college verstrekt worden in natura (bruikleen), worden door de leverancier onderhouden, indien nodig gerepareerd en (bij een elektrisch aangedreven middel) voorzien van een verzekering. Kosten voor onderhoud, reparatie en (bij een elektrisch aangedreven middel) verzekering van voorzieningen die in de vorm van een pgb worden verstrekt, worden vergoed op declaratiebasis.
Vergoeding oplaadkosten accu hulpmiddel
Het college verstrekt geen vergoeding voor oplaadkosten van de accu van een hulpmiddel.
Training
Bij aflevering van de maatwerkvoorziening zal voldoende instructie en demonstratie worden gegeven.
Als de rijvaardigheid na de instructie nog steeds onvoldoende is treedt de leverancier in overleg met de gemeente. Indien iemand meer rijlessen nodig heeft, kan dit via eerstelijns ergotherapie aangevraagd worden. Bij goed resultaat naar aanleiding van deze lessen kan de rijvaardigheid opnieuw worden beoordeeld alvorens de Wmo tot verstrekking van een voorziening overgaat.
Gebruik hulpmiddel in het buitenland
Het college heeft een resultaatsverplichting ten aanzien van het leven van alledag. Bezoek aan het buitenland behoort –behoudens bewoners van grensstreken- niet tot het leven van alledag. Er rust dus in principe geen resultaatsverplichting op het college ten aanzien van het vervoer van en naar het buitenland en verplaatsingen in het buitenland. Voor hulp bij calamiteiten over de grens (max 30 km) in het dagelijks gebruik (klant woont in een grensstreek) worden met de leverancier afspraken gemaakt over noodhulp. Indien een cliënt zijn voorziening wenst mee te nemen op bijvoorbeeld vakantie naar het buitenland, dan is cliënt zelf verantwoordelijk voor eventuele reparaties en/of onderhoud en verzekering van de voorziening in het buitenland. Hierover zal de cliënt zelf afspraken moeten maken met de leverancier van de voorziening.
Hoofdstuk 11
Artikel 48
Afbakening van de ondersteuning
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Woensdrecht 2024