Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 13.

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Maatregelenverordening WWB

1. Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, artikel 55 en artikel 57, lid a van de wet, wordt een maatregel opgelegd. 2. Indien het betonen van een tekortschietend besef tot een benadelingsbedrag heeft geleid, wordt gedurende één maand een maatregel vastgesteld, waarbij het volgende onderscheid wordt gehanteerd: a. tot € 5.000,--: 5% van de bijstandsnorm; b. van € 5.000,-- tot € 10.000,--: 10% van de bijstandsnorm; c. van € 10.000,-- tot € 20.000,--: 20% van de bijstandsnorm; d. van € 20.000,-- tot € 30.000,--: 40% van de bijstandsnorm; e. van € 30.000,-- tot € 40.000,--: 60% van de bijstandsnorm; f. van € 40.000,-- tot € 50.000,--: 80% van de bijstandsnorm; g. vanaf € 50.000,--: 100% van de bijstandsnorm. 3. Indien het betonen van een tekortschietend besef niet tot een benadelingsbedrag heeft geleid, wordt de maatregel op de volgende wijze vastgesteld: gedragingen die leiden tot (meer) bijstandsbehoeftigheid en die niet expliciet in deze verordening zijn genoemd, wordt een maatregel opgelegd van 20%, gedurende maximaal 3 maanden, afhankelijk van de mate waarin de bijstandsafhankelijkheid wordt vergroot.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel