1.
Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren en medewerkers van andere organisaties die belast zijn met de uitvoering van de wet, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de wet, als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de wet, wordt een maatregel gedurende één maand opgelegd in de volgende situaties:
a.
verbaal geweld en discriminatie:
20% van de bijstandsnorm;
b.
intimidatie en bedreiging:
40% van de bijstandsnorm;
c.
zaakgericht fysiek geweld:
60% van de bijstandsnorm;
d.
mensgericht fysiek geweld:
80% van de bijstandsnorm;
e.
een combinatie van geweldsvormen:
100% van de bijstandsnorm.
2.
Het opleggen van een maatregel conform dit artikel staat los van de overig mogelijk te nemen stappen zoals; een ontzegging van de toegang tot gemeentelijke gebouwen en het doen van aangifte bij justitie.