Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, anders dan het niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in artikel 8, derde lid onder b van deze verordening, artikel 55 en 57, lid a WWB, wordt een maatregel opgelegd conform het tweede lid.
Indien het betonen van tekortschietend besef tot een benadelingsbedrag heeft geleid, wordt gedurende één maand een maatregel vastgesteld, waarbij het volgende onderscheid wordt gehanteerd:
tot € 500,-
5% van de bijstandsnorm;
van € 500,- tot € 1.000,-
10% van de bijstandsnorm;
van € 1.000,- tot € 2.000,-
20% van de bijstandsnorm;
van € 2.000,- tot € 3.000,-
40% van de bijstandsnorm;
van € 3.000,- tot € 4.000,-
60% van de bijstandsnorm;
van € 4.000,- tot € 5.000,-
80% van de bijstandsnorm;
vanaf € 5.000
100% van de bijstandsnorm.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Maatregelenverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013 gemeente Heerenveen