Indien belanghebbende geen beroep meer kan doen op een passende en toereikende voorliggende voorziening, omdat deze volledig wordt verrekend met een bestuurlijke boete in het kader van het bij herhaling schenden van de inlichtingenplicht wordt in afwijking van het bepaalde in artikel 10 gedurende de eerste maand gerekend vanaf de ingangsdatum van de uitkering WWB een maatregel opgelegd van 100% van de bijstandsnorm. Gedurende de tweede en derde maand wordt een dusdanige maatregel (tot maximaal 100%) opgelegd, dat belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm.
Tot het inkomen, bedoeld onder het derde lid van dit artikel, worden ook middelen gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en r van de WWB.
Hoofdstuk 3.
Artikel 11.
Maatregel bij verlies van een passende en toereikende voorliggende voorziening door toepassing van een bestuurlijke boete
Onderdeel van Maatregelenverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013 gemeente Heerenveen