Naar hoofdinhoud
1.. De hoogte van de dwangsom wordt zodanig vastgesteld dat daarvan voor de overtreder een zodanige prikkel uitgaat dat de last wordt uitgevoerd zonder dat een dwangsom wordt verbeurd. 2.. Bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom wordt uitgegaan van de volgende basisbedragen: Overtreders die deeluitmaken van een verband van natuurlijke personen dat of een rechtspersoon betreft die bedrijfsmatig maatschappelijke ondersteuning doet verlenen, alsmede bestuurders van deze rechtspersonen: EUR 10.000; Overtreders die niet vallen onder sub a of c: EUR 5.000; personen uit het sociale netwerk van de cliënt die maatschappelijke ondersteuning verlenen aan die cliënt: EUR 2.500; cliënten: EUR 2.500. 3.. Het basisbedrag wordt vervolgens vermeerderd met de (eventueel) van toepassing zijnde dwangsomverhogende omstandigheden. 4.. Als dwangsomverhogende omstandigheid wordt aangemerkt: recidive. Van recidive is sprake indien aan de overtreder binnen de terugkijkperiode een last onder dwangsom is opgelegd in verband met het niet voldoen aan een andere vordering van een toezichthouder die is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij en krachtens de Wmo 2015 (algemene recidive) respectievelijk het niet voldoen aan de vordering waarvoor de aan de orde zijnde last onder dwangsom wordt opgelegd (bijzondere recidive). 5.. De terugkijkperiode bedraagt voor overtreders als bedoeld in lid 2 sub a 24 maanden en voor overige overtreders 12 maanden. 6.. Bij algemene recidive wordt het basisbedrag in beginsel met factor één verhoogd. Bij bijzondere recidive wordt het basisbedrag in beginsel met factor twee verhoogd. 7.. Als dwangsomverhogende omstandigheid wordt eveneens aangemerkt dat het toezicht betrekking heeft op de naleving van wettelijke voorschriften met een zwaarwegend belang. 8.. Als wettelijke voorschriften met een zwaarwegend belang worden in ieder geval aangemerkt artikel 3.1, eerste en tweede lid (kwaliteit van de voorziening), artikel 3.3 (meldcode huiselijk geweld of kindermishandeling), artikel 3.4 (calamiteiten) en artikel 3.4a (incidenten) van de Wmo 2015. Als het toezicht (mede) betrekking heeft op de naleving van deze wettelijke voorschriften, wordt het basisbedrag in beginsel met factor één verhoogd. 9.. Een cumulatie van dwangsomverhogende omstandigheden is mogelijk. 10.. Het aldus verkregen dwangsombedrag wordt in voorkomend geval zodanig vermeerderd of verminderd als nodig om de last (nog) te laten beantwoorden aan het criterium uit lid 1 en om te voorkomen dat de last voor de overtreder onevenredig nadelige gevolgen heeft in verhouding tot de met de op te leggen last gediende belangen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel