Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 14.

Meeneembare voorzieningen

Onderdeel van Verordening Participatiewet 2024

1.. Het college kan aan een persoon een meeneembare voorziening, dan wel een vergoeding voor de aanschaf daarvan, toekennen voor zover aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan: de meeneembare voorziening is naar verwachting gedurende minimaal zes maanden noodzakelijk om het werk te kunnen uitvoeren; er is sprake van een diensterband voor de duur van tenminste zes maanden; er kan voor de meeneembare voorziening geen beroep worden gedaan op een voorliggende voorziening; de meeneembare voorziening behoort niet tot de standaarduitrusting van de persoon of de werkgever en is evenmin algemeen gebruikelijk binnen de betreffende branche; de kosten van de mee te nemen voorziening dienen naar het oordeel van het college proportioneel te zijn, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de opbrengsten van de uitstromer en er naar oordeel van het college geen sprake is van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; 2.. Een meeneembare voorziening die in natura wordt toegekend wordt in beginsel in bruikleen beschikbaar gesteld aan de persoon, tenzij sprake is van een individuele maatwerkvoorziening en/of dat bruikleen gezien de aard van de voorziening niet mogelijk of wenselijk is

Rechtspraak bij dit artikel