**1..** Het college kan een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon indien:
die persoon door een beperking niet zelfstandig naar de werkplek, opleidingslocatie of re-integratievoorziening kan reizen of door die beperking geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer;
de vervoersvoorziening uitsluitend strekt tot het reizen van het woonadres naar het bedrijfsadres, opleidingslocatie of locatie waar de re-integratievoorziening wordt aangeboden;
**2..** De vervoersvoorziening als bedoeld in het eerste lid kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt.
**3..** Aan het toekennen van de vervoersvoorziening kan de voorwaarde worden verbonden dat de aanvrager, met door het college aangeboden ondersteuning, zich ontwikkelt naar zelfstandig kunnen gebruiken van vervoer.
**4..** De hoogte van de vergoeding in geld als bedoeld in het tweede lid is afhankelijk van het aantal keren dat daadwerkelijk wordt gereisd en bedraagt:
In beginsel het OV-tarief, 2e klasse voor de kortste route van het woonadres naar de locatie;
in geval van gebruikmaking van een privé-auto, de fiscaal vrijgelaten vergoeding per kilometer voor het aantal kilometers via de kortste route van het woonadres naar de betreffende locatie op basis van de ANWB-routeplanner of
in geval van een noodzakelijk andere vervoersvoorziening dan bedoeld in voorgaande leden, het in de markt reguliere tarief voor de in te zetten specifieke andere vervoersvoorziening.
**5..** Het college brengt eventueel door de persoon (te) ontvangen andere vergoedingen inzake de reiskosten in mindering op de kosten van de te verstrekken vervoersvoorziening.