Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 2

Opdracht college

Onderdeel van Verordening Participatiewet 2024

1.. Het college biedt aan personen uit de doelgroep ondersteuning bij de arbeidsinschakeling aan en, voor zover het college dat noodzakelijk acht, een voorziening gericht op de arbeidsinschakeling of enige andere vorm van activering. 2.. Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen wordt door het college een afweging gemaakt, waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, gelet op de functionele mogelijkheden en capaciteiten van de persoon uit de doelgroep, de goedkoopst adequate oplossing is met het oog op de arbeidsinschakeling of enige andere vorm van activering. 3.. Het college draagt zorg voor voldoende diversiteit in het aanbod van ondersteuning en voorzieningen. 4.. Het college houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere beschikbare voorzieningen die in het kader van het sociaal domein of op grond van andere wettelijke regelingen beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af in het plan van aanpak, zoals bedoeld in artikel 44a van de wet, zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. 5.. Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. Het college besluit op basis van individueel maatwerk, waarbij de aard, omvang, duur en intensiteit van de voorziening wordt gewogen De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. 6.. Het college biedt uitsluitend een voorziening bij een werkgever aan als hiervoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 7.. Het college kan, rekening houdend met de door de raad ter beschikking gestelde middelen, éen of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen zoals genoemd in hoofdstuk 3; een door het college ingestemd subsidie- of budgetplafond vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening.; het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening. 8.. Het college legt via de reguliere rapportagemomenten verantwoording af aan de Raad over de uitvoering van de Participatiewet. In de beleidscyclus is de toets op doeltreffendheid opgenomen. Beleidsevaluaties en beleidswijzigingen worden gericht ingebracht.

Rechtspraak bij dit artikel