Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 3.

Algemene bepalingen over voorzieningen

Onderdeel van Verordening Participatiewet 2024

1.. Het college kan de volgende voorzieningen aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep: Voorzieningen gericht op re-integratie met als doel het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid: aanbodversterking (artikel 4) participatieplaats gericht op re-integratie (artikel 5) werkstage (artikel 6) proefplaats (artikel 7) ondersteuning bij leer- en werktraject jongere (artikel 8) scholing (artikel 9) detacheringsbaan (artikel 10) beschut werk (artikel 11) persoonlijke ondersteuning bij werk: jobcoaching (artikel 12) interne werkbegeleiding (artikel 13) meeneembare voorzieningen (artikel 14) vervoersvoorzieningen (artikel 15) een noodzakelijke intermediaire activiteit in het geval er sprake is van een visuele of motorische handicap 2.. Het college kan een voorziening weigeren als: de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op voorziening; de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 3.. Het college kan een voorziening beëindigen als: de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2, van de wet; de voorziening naar het oordeel van het college niet langer voldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; of de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel