Voor de beoordeling van het levensgedrag wordt altijd onderzoek gedaan naar de feiten en gedragingen die zich in de laatste vijf jaar (eerste tijdvak) - voorafgaand aan het indienen van de aanvraag - hebben voorgedaan.
Indien zich in dit tijdvak feiten en gedragingen voordoen, dan wordt het tijdvak verlengd door naar feiten en gedragingen te kijken die zich in de afgelopen tien jaar (tweede tijdvak) hebben voorgedaan.
Enkel en alleen als er in het eerste tijdvak feiten en gedragingen naar voren komen, mogen feiten en gedragingen uit het tweede tijdvak meegewogen worden.
Feiten en gedragingen die zich in het eerste tijdvak hebben plaatsgevonden wegen zwaarder dan de feiten en gedragingen uit het tweede tijdvak.
Feiten en gedragingen ouder dan tien jaar zijn bij de primaire beoordeling van het levensgedrag niet de grondslag om een vergunning te weigeren of in te trekken. Deze feiten en gedragingen kunnen ten hoogste worden opgevoerd in de motivering van een patroon in het levensgedrag.
Voor de berekening van het eerste tijdvak, zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel, telt de periode van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of voorlopige hechtenis in beginsel niet mee.
Hoofdstuk 2
Artikel 2:2
Tijdvak
Onderdeel van Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Kaag en Braassem 2024